Klik op een afbeelding voor meer info.
15 km – 470 hm
Een pittige wandeling voor de iets meer geoefende wandelaar die 3 keer de Semois oversteekt en 2 maal klimt naar prachtige uitzichtpunten. Deze wandeling kan wel enkel in de zomermaanden gewandeld worden omdat 2 van de 3 bruggen enkel dan opgebouwd worden.
Wij zijn de wandeling begonnen in Vresse, maar je kan evengoed bv. in Membre starten, waar je ook gemakkelijk kan parkeren.
In het centrum van Vresse gaat de route meteen over de pont Saint Lambert en volgt dan gedurende ongeveer 1,5 km de Semois tot we de rivier oversteken via de Pont de Claies. Wie de wandeling stukje wil inkorten en klaar is voor een pittige klim, slaat na de brug links af en neemt dan vrij direct een stijl pad tussen de bomen. Wie liever iets gemakkelijker het centrum van Laforêt – één van de mooiste dorpjes van Wallonië – wil bereiken, volgt de weg na de brug naar rechts. Op het einde van het dorp, begin je aan een klim naar de Roche à Saloru (325 m) waar een uitkijktoren een prachtig vergezicht op de meanders van de Semois en het dopje Membre biedt.
Via een avontuurlijke afdaling gaat de wandeling naar het centrum van Membre. We volgen hier opnieuw een tijdlang de oevers van de Semois tot aan de pas gerestaureerde spoorwegbrug en -tunnel die Membre met Bohan verbindt.
In Bohan slaan we rechtsaf. We lopen nu tussen de vele campings op de oevers van de Semois. We blijven de weg volgen tot we op de plaats genaamd “Kelhan” de nieuwe houten (2022) oversteekbrug bereiken. Na de brug volgt er meteen een zeer pittige klim die een tijdje het riviertje Le Sautou volgt tot de plaats “Al Houline” (320m). We wandelen nu verder door het naturreservaat Bohan-Membre tot het 2e uitzichtpunt van deze tocht: Le Jambon de la Semois. De naam van deze plek word je meteen duidelijk. De vorm van de rivier en het land doen denken aan een grote ham.
Na dit prachtige panorama steken we de baan over en wandelen we verder richting het gehucht “le Terne”, waar we het “kamp van de Dassen” passeren, een aandenken aan het leven van de Maquisards in de Ardense bossen. Hierna volgt nog een mooie afdaling terug naar Vresse.
De oude spoorwegbrug en -tunnel tussen Bohan en Membre werd, na 80 jaar, officieel voor fietsers en voetgangers geopend op 23.06.2022.
De geschiedenis van deze brug en tunnel gaat terug tot 1880. In die tijd had Gedinne een treinverbinding naar Bertrix en vanaf 1899 naar Dinant. In 1913 wordt Gedinne via een buurtspoorweg ook verbonden met Vresse en Membre. Pas 20 jaar later wordt de spoorweglijn ook doorgetrokken tot Bohan.
Dat het zo lang geduurd heeft, had te maken met WO I die zo goed als alle op stapel staande projecten dwarsboomde, maar ook met een hindernis van formaat: een steile rotsachtige landtong middenin zo’n grote ingesneden meander van de Semois. Liever dan een hele omweg langs de rivier koos men voor de kortste weg: een tunnel dwars door de heuvel en aan beide kanten een viaduct over de rivier.
Sinds dit jaar (2022) werd, na de beroemde “Pont de Claies” in Laforêt, een tweede tijdelijke loopbrug opgebouwd over de Semois. Je vindt deze houten brug in Bohan, op een plaats genaamd “Kelhan”.
Deze brug is massiever dan de Pont de Claies en werd gebouwd met lokaal dennenhout.
Het werk van meer dan veertig meter lang laat wandelaars toe om een van de mooiste bewaarde hoekjes van de Namen Ardennen te ontdekken: het natuurreservaat van Bohan-Membre, dat bestaat uit 170 hectare bos. Dit reservaat heeft een rijke fauna en flora. Er zijn ook bijzondere geologische formaties te vinden , waarvan sommigen hebben geleid tot legendes zoals deze van feeëntafel en de feeënschoorsteen, …
Omdat de Semois in de loop der tijden haar bedding steeds dieper uitgroef in de rotsen zijn er in de streek heel wat prachtige panoramapunten te vinden die een weergaloos uitzicht bieden op de meanderende rivier, de omringende bossen en de pittoreske dorpjes die zich in de valleien hebben genesteld. Veel uitzichtpunten zijn bereikbaar met de auto, sommigen vragen wat meer inspanning en zijn te bereiken na een mooie wandeling, zoals het uitzichtpunt vanaf la Roche à Saloru of het panorama “Le jambon de la Semois”.
14,5 km – 77 hm
De wandeling start aan de Mirabrug waar voldoende parkeerplaats is. Je steekt meteen de iconische brug over en loopt nu door het Groot Broek, aangelegd door het Sigmaplan, en het Meulendijkbroek, een waar paradijs voor vogels. Een prachtig stukje natuur om meteen intens van te genieten. De wandeling volgt dan gedurende een 3,5 km de oude Durme. Net voor de grote baan naar Waasmunster, neem je een klein baantje naar rechts richting het centrum. Hier moet je even goed opletten bij het oversteken. Via de parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Petrus en Paulus wandel je naar het kasteel Blauwendael. Je wandelt door het parkdomein, langs het kasteel. Bij het uitwandelen van het park steek je de parking over en loop je de rivierstraat in. Je volgt deze straat helemaal tot op het einde en vervolgt verder de weg tussen de velden. In de verte zie je de Roosenbergabdij al liggen. Voorbij de abdij sla je rechts af en steek je de grote baan over. De route loopt nu even door een statige villawijk en vervolgt verder via de oude spoorlijn 57 die vroeger Grembergen met Sint-Niklaas verbond, maar werd omgevormd tot een wandel- en fietspad. Op het einde van deze aardeweg, ga je naar rechts en loop je terug tussen de huizen voorbij Estaminet Den Eyck. Nadat je de grote baan bent overgestoken volgt er opnieuw een mooi stukje tussen de velden en op vlonderpaden. De weg gaat over in een grindweg en loopt nu parallel met de oude Durmedijk. Je wandelt zo richting Sombeke, langs het standbeeld van Edmond Verstraeten en het kasteel van Sombeke. Via de dijk door het Groot Broek keer je terug naar het startpunt.
De Mirabrug was oorspronkelijk gewoon gekend als de Hammebrug, maar een iconische film – Mira of de teleurgang van de Waterhoek met Willeke Van Amelrooy en Jan Decleir uit 1971 – waarin de brug een prominente rol speelde, gaf de brug niet alleen haar huidige naam, maar maakte ze ook wereldbekend in Vlaanderen en Nederland.
De brug werd gebouwd op het einde van de 19e eeuw en kende een woelige geschiedenis. Zo werd het middelste deel van de brug in de Eerste Wereldoorlog opgeblazen door de lokale bevolking om de doorgang van de Duitsers te belemmeren. Die Duitse soldaten wisten echter van aanpakken en trokken in geen tijd een nieuw metalen middengedeelte op – de initialen van de Duitse keizer stonden zelfs in de pijlers geprent.
Na de oorlog werd de brug opnieuw in gebruik genomen en reden er elke dag honderden wagens over van de ene kant van de Durme naar de andere.
Hoewel het autoverkeer reeds sinds de jaren 70 geweigerd werd, vertoonde de brug diepe sporen van ouderdom en verval. Na een grondige renovatie werd ze in 2003 opnieuw ingehuldigd door Willeke van Amelrooy en Jan Decleir.
Kasteel Blauwendael was aanvankelijk een omwalde herenwoning, gebouwd in 1607 en gekend als “het Huys int midden van’t Durp”.
Het huidige kasteel werd in 1890 opgericht in Vlaamse renaissancestijl. De voorgevel bestaat uit twee opvallend vooruitspringende trapgevels naast de inkom.
Het kasteel is tegenwoordig eigendom van de gemeente, die er een trouwzaal en expositieruimte inrichtte. Ook het plaatselijk heemkundig museum vindt er onderdak.
Het kasteel ligt midden in een prachtig publiek wandelpark, aangelegd rond 1820-1830 in Engelse landschapsstijl. Het is zo’n 4,5 ha groot en heeft een gevarieerd bomenbestand, waaronder een aantal exemplaren van 150 à 200 jaar oud. De vijver is een overblijfsel van de 17de-eeuwse omwalling rond het oorspronkelijke kasteel.
Het nieuwe abdijgebouw Roosenberg werd in 1975 gebouwd..
Dit is derde locatie van de abdij, die oorspronkelijk gevestigd was aan de oevers van de Durme en later in het centrum van Waasmunster.
De expressieve architectuur van de abdij wordt gekenmerkt door vormzuiverheid, gezochte eenvoud en een ritmische ruimtelijke ordening.
Van bij de start was de abdij in handen van victorijnen of reguliere kanunnikessen van Sint-Victor die leefden volgens de regel van de heilige Augustinus. In de jaren 70 ging men, omwille van minder roepingen, over tot fusie met de Mariazusters van Franciscues en werkte men verder onder die naam.
De abdij heet iedereen van harte welkom.
De geschiedenis van het omwalde kasteel gaat terug tot de 15de eeuw en de toenmalige heerlijkheid Sombeke. De huidige bewoners, de familie Saverys, spaarden kosten noch moeite om het kasteel en het park te restaureren. Het kasteel, samen met het domein errond en de twee driehoekige driesen, werd het in 1982 beschermd als dorpsgezicht.
Het Sigmaplan heeft tot doel Vlaanderen beter te beschermen tegen overstromingen van de Schelde en haar zijrivieren, en tegelijk de waardevolle Scheldenatuur een boost geven.
De watersnood van 1976 was de aanleiding voor het Sigmaplan.
Het plan voorziet in stevigere en hogere dijken en een ketting van natuurlijke overstromingsgebieden in de riviervalleien. Zulke gebieden kunnen op een gecontroleerde manier overtollig rivierwater opvangen. Zo geven we de rivieren ruimte om te stromen én te overstromen.
Een van die gecontroleerde is het Groot Broek. Dit was oorspronkelijk een moerassig gebied. Het gebied zelf kan je niet meer betreden aangezien het nu immers voorbestemd is om water op te vangen en zoetwatergetijdennatuur te ontwikkelen. Je kan het ontpolderde gebied wel langs mooie jaagpaden verkennen, of ravotten in het speelbos aan de rand van het Groot Broek. De Koolputtensite aan de Mirabrug dient als onthaalpoort voor de Durmevallei.
Edmond Verstraeten, ook wel de Monet van het Waasland genoemd, werd 150 jaar geleden geboren in Waasmunster.
Hij was een luministisch impressionist en schilderde vooral landschappen maar ook stillevens en portretten. Hij maakte deel uit van de 3e generatie van de School van Tervuren en Genkse School. Hij schreef ook gedichten.
Als filosofisch ingestelde non-conformist schilderde Verstraeten in de richting van het pointillisme, het impressionisme en het luminisme. Als autodidact had hij zijn eigen stijl ontwikkeld die door de kunstcritici werd geklasseerd als luministisch impressionisme. Hij had ook een korte pointillistische periode.
Hij was een meester in het schilderen van het licht en de sneeuw. In zijn werk is de invloed te herkennen van Emile Claus met wie hij veelvuldig contact had en hij was eveneens lid van de door Claus opgerichte kunstkring Vie et Lumière.
7 km – 170 hm
Deze bewegwijzerde wandeling (rode rechthoek, nr. 21) vertrekt aan de kerk in het dorpje Les Hayons. Met onze rug naar de kerk wandelen we links het dorp uit. Bij het buitengaan van het dorp passeren we langs een bijzonder museum: La Ferme des Fées, waar feeën het dagelijkse leven van weleer uitbeelden. Zeker een bezoekje waard.
We blijven de weg volgen en al snel komen we aan het uitzichtpunt Mont de Zatrou met zicht op de Semois en de Hultai-vlakte.
De wandeling daalt vervolgens nog even verder af om dan via een steil bospad aan de linkerkant van de weg het volgende indrukwekkend uitzichtpunt “Le Saut des Sorcières“,of heksensprong, te bereiken.
Na even zelf op de platte rots gestaan te hebben, die volgens de legende , en zoals de naam ook meegeeft, dienst deed als springplank voor heksen, dalen we via een prachtig, soms vrij steil, pad af naar de camping “Le Maka”, waar de ruisseau des Aleines in de Semois stroomt.
De wandeling loopt nu over weg met steenslag naar enkele chalets. Aan een bordje dat het pad aanduidt dat door de weiden van La Vanette loopt, slaan we links af. We lopen nu langs de oever van de Semois en in de verte zien we “la Roche Percée” al liggen.
Na de doortocht door de rots loopt de wandeling nog even verder langs de Semois door wat struikgewas en een weide om op een bredere bosweg te komen. Nadat we het beekje ‘Ruisseau des Gorges‘ zijn overgestoken, slaan we rechts af en klimt de weg gestaag terug naar het dorp en het vertrekpunt.
Tegenover het plateau van Le Hultai vind je La Roche Percée, of de “doorboorde rots”. Waarom de rots zijn naam kreeg, merk je als je door de smalle doorgang loopt. Volgens een legende zou de rots gespleten zijn door een gigantische slag van een zwaard. Meer aannemelijker is dat de doorgang in lang vervlogen tijden kunstmatig werd gecreëerd aangezien deze rots immers eeuwenlang een passagepunt was voor reizigers tussen het hertogdom van Bouillon en dat van Luxemburg. De rots vormde vroeger ook de grens tussen de drie bisdommen Reims, Trier en Luik. Volgens sommige bronnen is deze rots een van de oudst beschreven plaatsen in de Ardennen. Rond 644 wordt ze al beschreven als “petra quadrata”, (vierkante steen) in een charter van de Merovingische Koning Sigebert III.
Dit uizichtpunt ligt op de weg die afdaalt van het dorpje Les Hayons naar de camping Le Maka waar de ruisseau des Aleines in de Semois stroomt.
Je hebt hier een origineel zicht op de Semois, die bijna in rechte lijn naar het zuiden stroomt en de twee eilanden van Lipire en van Ligrorode omarmt ter hoogte van de voormalige smederij, die schaapskooi werd en nu verlaten is.
Rechts liggen de gemeentelijke bossen en daar bevindt zich de grot van de fee Namousette. Daaronder de beroemde Roche Percée.
Links liggen de gemeentelijke bossen van Bouillon en het legendarisch gehucht Le Hultai waar feeënsabbatten werden gehouden.
Vlakbij ligt het uitzichtspunt “Saut des Sorcières”.
Het uitzichtpunt “Saut des Sorcières” (of de heksensprong) is een platte rots van waarop je een prachtig uitzicht hebt op de vallei van de ruisseau des Aleines.
Aan deze rots is de legende van de herder Colas Tcha-Tcha verbonden die vlakbij de rots op het midden van het plateau van Hultai zou zij begraven. De rots wordt daarom ook wel eens la Roche Tcha-Tcha genoemd.
17,5 km – 570 hm
Een mooie wandeling die water, bos en prachtige panorama’s combineert. De wandeling start aan de voet van het indrukwekkende kasteel van Bouillon en in de oudste wijk van de stad: de Bretonse wijk. Dit stadsdeel, ook wel de “quartier du Brutz” genoemd, was het hart van de oude stad. Je daalt onmiddellijk af naar de Semois en steekt de pont de Cordemoy over. Hier volgt de wandeling de bewegwijzerde route nr. 7, aangeduid met een rode rechthoek. De weg stijgt meteen in het bos en leidt naar de abdij van Notre Dame de Clairefontaine, die afhangt van de abdij van Orval. Voorbij de abdij, blijf je de Semois volgen en bereik je al snel de grootste hangbrug van België nabij de moulin de l’Épin. De route zelf loopt niet over de brug, maar loop er zeker eens over!
Langs de moulin de l’Épin, dat nu een vakantiehuis is, blijf je het pad dat parallellel loopt met de Semois verder volgen gedurende 1,5 km. Hier begin je aan de weg omhoog naar het prachtig panoramapunt “la tombe du géant“.
De wandeling is nu halfweg, even bijtanken kan in het caféetje Le Relais de Géant.
Iets voor bij het café, sla je rechtsaf en duikt de wandeling weer het bos in, richting het dorpje Sensenruth. Net voorbij het dorpscentrum, sla je rechtsaf. Je volgt even de baan en houdt dan rechts aan, een aardeweg in langs een sparrenbos. Zo bereik je het volgende dorpje Curfô. Bij het verlaten van het dorp, sla je linksaf. Je volgt nu de GR 14 richting Bouillon. Voorbij de sporthal, sla je rechtsaf en klimt de weg naar de Belvédère d’Auclin waar je getrakteerd wordt op een prachtig panorama over Bouillon en de omliggende bossen. Het einde van de wandeling is in zicht. Je volgt hier opnieuw de bewegwijzerde route nr. 7 die je ook in het begin volgde en daalt via een stijl pad af naar het centrum van Bouillon.
Via deze deze brug in gotische stijl kan je vanuit het centrum van Bouillon gemakkelijk de abdij van Cordemois, of ook de cisterciënzerabdij Notre Dame de Clairefontaine genoemd, bereiken. De brug werd in 1935 gebouwd op de plaats waar vroeger een veerbootdienst bestond. De brug is representatief voor de gotische bouwstijl vanwege het karakteristieke puntpunt (gewelven).
De abdij Notre Dame de Clairfontaine, ook wel abdij van Cordemois genoemd, werd gebouwd tussen 1930 en 1935 in opdracht van Dom van der Cruyssen, abt in Orval. De zusters zijn cisterciënserzusters die afhangen van de abdij van Orval.
De abdij bevindt zich op 3 km van Bouillon, langs de Semois, en biedt onderdak aan een gemeenschap van cisterciënzer zusters. Volgens de regels van de heilige Benoît bestaat hun dagelijkse leven uit gebeden en handarbeid.
De kerk is toegankelijk voor de bezoekers. Een vleugel van het klooster dient voor retraites, zowel alleen als in groep, in alle rust en vrede. Je vindt er ook een winkel met religieuze voorwerpen, boeken, cd’s, keramiek, schilderijen op zijde, artisanale koekjes,…
Vlak aan le moulin de l’épine vind je een romantische hangbrug “la passerelle de l’Epine”.
De voetgangersbrug bengelt boven de Semois en is maar liefst 55 meter lang, en zo meteen de langste van Beligië. Ze verbindt de wandelingen van Botassart en Corbion.
Het “graf van de reus” is geclassificeerd als “uitzonderlijk erfgoed van Wallonië” en “natuurlijk erfgoed van landschapsbelang”. Het is ongetwijfeld een van de meest bekende en gefotografeerde plekken in België.
Volgens de legende ligt hier een reus van de Trevieren begraven. Tijdens de slag om de Samber werd hij door de legioenen van Julius Caesar verslagen en in het nauw gedreven bi jde Rocher des Gattes. Maar in plaats van zich over te geven en zijn lot in de arena’s van Rome te anvaarden, sprong hij liever in de afgrond, zijn dood tegemoet. De dorpelingen vonden zijn stoffelijk overschot en gaven de reus een graf dat zijn moed weerspiegelde, op de heuvel die boven de Semois uittorent.
De weelderige omgeving is het resultaat van de geologie van de bodem, die vooral uit schist bestaat. Nadat leisteenplaten in de loop van de geologische tijden werden uitgesleten, hebben de meanders van de Semois zich langzaam een weg gezocht door deze rots met zijn bijzondere vorm.
Het bos aan de linkerkant, dat zich uitstrekt van de Tombe tot in Bouillon, heet de “Bichetour” en is één van de zeven “Ardeense bossen” die ooit in handen waren van de graven van Ardenne-Verdun, de voorouders van Godfried van Bouillon. Rechts, verstopt onder de bomen, bevindt zich de Rocher de Gattes, de rots waar de reus volgens de legende naar beneden sprong.
De eerste uitkijktoren op de côte d’Auclin dateert van 1923. In 2001 werd een nieuwe constructie ingehuldigd. De uitkijktoren staat op een basis van beton van 150m³. Hij beschikt over acht verdiepingen ondersteund door 4 houten pijlers omgeven door ijzer met een totale hoogte van 31,60 m ( 385 m hoogte of 180m boven de rivier). Vanop het laatste platform met een oppervlakte van 36 m², dat men bereikt na een beklimming van 161 treden, heeft men een prachtig zicht op de stad en de omliggende bossen.
Zo rijk en belangrijk als in de middeleeuwen is het stadje al lang niet meer, maar je voelt nog altijd de allure. Alleen de naam al: Bouillon. Van “Godfried van Bouillon”: ridder, held van de Ardennen en officieel verdediger van het Heilige Graf.
Het oude centrum leest als een geschiedenisboek. Van het 17de-eeuwse klooster tot het statige Maison Dorival. Van het gerenoveerde Quartier de Bretagne tot het oude ziekenhuis. En natuurlijk niet te vergeten de imposante burcht (LINK) die over de stad uitkijkt. Hier kan je de middeleeuwen herbeleven. Zowel overdag als ’s tijdens een nocturne waarbij je onder begeleiding van een gids met fakkels door het donkere kasteel dwaalt.
In de omgeving valt er ook nog veel te ontdekken, zoals de abdij Notre-Dame de Clairefontaine, het dierenpark en de grootste hangbrug van België bij le Moulin de l’Épine.
12 km – 13 hm
De wandeling start op de parking van het Kasteel d’Ursel in Hingene. Trek vlug je wandelschoenen aan aanschouw meteen het mooie kasteel in al zijn glorie. De wandeling loopt rechts van het kasteel. Achter het kasteel steekje het brugje oven en ga je meteen naar rechts. Je wandelt hier door het kasteelpark langs de slotgracht . Je volgt het pad en vervolgens steek je opnieuw een brugje en je loopt de Notelaerdreef, een kasseiweg in. Na enkele meters sla je links af en loop je naar beneden naar een aardeweg. Al snel kom je weer tussen de huizen. Hier gaat de wandeling rechtsaf en volgt een kasseibaan. Aan het einde van de straat, rechtsaf en langs het Hingenewiel. Je blijft de kasseiweg volgen en aan het einde sla je rechts af. Je volgt nu een pad omzoomd door bomen en een beek aan elke kant. Op het einde van dit pad, juist voor de dijk, sla je links af (knooppunt 179). Toen wij de wandeling deden, hadden ze net bomen gerooid, waardoor het er heel erg modderig bijlag. Goede wandelschoenen waren geen overbodige luxe. Aan het einde van deze weg, sla je linksaf. Na een kilometer, voorbij café St. Vade, sla je rechts af. Je volgt nu gedurende een kilometer de weg om vervolgens het kleine, maar bijzonder mooie gehucht “Buitenland” te bereiken. Je kan hier even in pitstop houden in cafe “l’étranger”. Op het einde van de straat neem je de trap naar de dijk. Links zie je Temse liggen, maar de wandeling loopt naar rechts, richting Steendorp. Je wandelt nu een kleine 4 kilometer langs de Schelde. Onderweg passeer je het pavljoen de Notelaer en het standbeeld van de Dijkgravin. Links, aan de overkant van de Schelde zie je de steenovens van Steendorp. Wie wil kan aan de Dijkgravin rechts afslaan en zo de wandeling inkorten met een 2 tal-km. Zoniet loop je nog even rechtdoor en neem je de daaropvolgende veldweg naar rechts. Hier kan je even relaxen in de 2 hangmatten die langs de kant staan. Op het einde van de Eikendam, kom je terug tussen de huizen. Je neemt hier de 2e straat rechts en volgt een 100-tal meters de kasseiweg vooraleer links af af te slaan, tussen de huizen in. Op het einde van deze grasweg, sla je rechts af. Je volgt de weg tot aan de kapel op de hoek van de Koning Astridlaan. Hier rechts en na 300 meter sta je terug aan het startpunt. Een mooie en afwisselende wandeling!
De eerste vermeldingen van het kasteel gaan terug tot in 1120, toen het nog een omwalde hoeve was. Nadat ridder Thierry van de Werve enkele uitbreidingen uitvoerde, kwam het uiteindelijk in handen van de familie d’Ursel – die voor altijd verbonden zou blijven met dit prachtig stukje erfgoed én er ook haar naam aan gaf. Sinds 1994 is het eigendom van de Provincie Antwerpen, die het omtoverde tot een culturele bestemming voor iedereen.
Kasteel d’Ursel is een traditionele waterburcht met rondom een prachtig park. De tuin in renaissancestijl is een een en al sierlijkheid en wordt mooi aangevuld met de Franse tuinen op het domein.
Ook het interieur is prachtig. Het werd vormgegeven door Giovanni Niccolo Servandino, die er tussen 1761 en 1765 een waar meesterwerkje van maakte. Klassieke elementen werden vermengd met een filinke portie Oosterse invloeden. Er werd aandacht besteed aan de kleinste dingen: het stucwerk, de spiegelwanden, de marmeren vloeren… Alles ademt een fenomenale grandeur uit. De benedenverdieping is ontzettend luxueus, terwijl de eerste verdieping dan weer bestaat uit 9 appartementen – inclusief knechtenkamers!
Buitenland is een idyllisch gehucht van Bornem met tal van de unieke bouwwerken. Vanaf midden 19de eeuw startte de familie Merckx er een mandenvlechterij. Na verloop van tijd stelde de onderneming 200 werknemers en de familienederzetting groeide uit tot een woonkern. De manier waarop dit gehucht ontstond, verklaart meteen de afwezigheid van een kerk, school of andere gemeenschappelijke voorzieningen.
Het gehucht staat vol met merkwaardige huizen, stuk voor stuk gereconstrueerde historische panden. De bekendste huizen zijn het Reuzenhuis, de (wel erg scheve) Sint-Jacobstoren en de Gildekamer. Een aantal van die huizen werden gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1894 in Antwerpen. Ze werden daar steen per steen afgebroken en in het Buitenland heropgericht in 1898.
Langs de Scheldedijk ter hoogte van Hingene passeert de wandeling een markant gebouw:
het paviljoen De Notelaer.
Dit paviljoen, ongeveer 200 jaar geleden opgetrokken in neoclassicistische stijl, dankt zijn naam aan een immense notenboom die op de Scheldedijk stond en die dienst deed als baken voor de schippers.
In de dijkkelder en op de benedenverdieping van het gebouw waren de veerdienst en de herberg ondergebracht.
De prachtige salons en het trappenhuis van de belvedère werden voorbehouden voor de hertog Wolfgang-Willem d’Ursel en zijn familie. Het paviljoen hoorde bij hun kasteeldomein en deed dienst als jachtpaviljoen en als feestelijke ontvangstruimte.
Het ronde salon was en is nog steeds het pronkstuk van het paviljoen. Naast de typische muur- en koepelschilderingen van muzen, griffioenen, sfinxen, grotesken en goden trekt vooral de unieke parketvloer de aandacht. In het geometrische patroon werden maar liefst acht verschillende houtsoorten verwerkt.
Vanop de koepelgaanderij heb je een prachtig zicht over de Schelde en de polders met zijn polderdorpen.
Het paviljoen is vrij te bezoeken tijdens de openingsuren.
Op het terras kan je genieten van een wijntje, streekbiertje of een stukje heerlijke notelaeretaart in een prachtig decor tussen de bomen en met uitzicht op het paviljoen.
Voorbij het paviljoen de Notelaer kom je het standbeeld van de “De Dijkgravin” tegen. Een kunstwerk van beeldhouwster Mariette Coppens.
Dit beeld stelt het hoofdpersonage voor uit de roman ‘La comtesse des digues’ (vertaald als De Dijkgravin) van Marie Gevers (1883-1975). Ze schreef de roman in 1931 en vertelt het verhaal van een energiek meisje dat na de dood van haar vader diens functie als dijkgraaf overneemt, tegen alle vooroordelen in. In het boek moet de dijkgravin kiezen tussen een jongen van lagere komaf tot wie ze zich lichamelijk aangetrokken voelt en een jongeman van haar eigen stand. Of is haar ware geliefde de Schelde zelf, met wie ze haar krachten meet tijdens een springtij dat lijkt op een mythisch paringsritueel? De dijkgravin is een lange ode aan die stroom, die de omwoners werk verschaft en die in ieder seizoen een andere gedaante aanneemt.
Een “wiel” ontstond bij een dijkbreuk. Met een enorme kracht schuurde het water een metersdiepe put uit net achter de bres en zette de polder blank. Je vindt veel wielen in het landschap van Bornem en Klein-Brabant.
Hoe het Hingenewiel is ontstaan weet niemand precies. Wat wel geweten is dat het Spierenbroek rond 1551 overstroomde. Na herhaalde mislukte pogingen om het Spierenbroekgat te dichten, overstroomden de andere polders in november 1554 omdat de pladderdijk doorbrak. Dit is een dwarsdijk die van de stroom uit door de polder loopt, dus niet langs de rivier. Er wordt vermoed dat het Hingenewiel hierdoor werd gevormd. Dit grote wiel was oorspronkelijk nog groter en in het midden lag een eiland waarop een toren stond.
Op de hoek van de Koningin Astridlaan met de Kleine Hinckstraat staat de kapel St.-Benedictus, gebouwd in 1888. Tot de Tweede Wereldoorlog lag de kapel aan de overkant van de straat, 100 meter verder in de richting van Wintam. In 1940 werd ze afgebroken voor de aanleg van een vliegveld door de Duitsers. Nadien werd ze op haar huidige plaats heropgebouwd op grond van de familie d’Ursel en toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Banneux.
18.5 km – 315 hm
Deze luswandeling start in Our, één van de mooiste dorpjes van Wallonië. Vanuit Our volgt de route eerst gedurende een zestal kilometer de Transardennaise om nadien vanuit Naomé terug te keren via de GR 14, le Sentier de l’Ardenne.
De wandeling start aan de pittoreske St-Laurentiusskerk. Je loopt langs de kerk en wandelt de “Rue de Roses” in. Na enkele meters sla je rechts af en loop je het bos in. Aan je rechterhand stroomt de Our, een zijriviertje van de Lesse. Plots sta je oog in oog met enkele kabouters die verspreid staan over een rotsformatie op je rechterkant. Vind jij ze allemaal?
Een beetje verderop, aan een splitsing, ga je naar rechts. Vervolgens rechts afslaan en wanneer je het bos uitwandelt zie je rechts Beth liggen. De Transardennaise volgt hier de nu de rijweg naar Opont. Het is niet heel druk, maar het is toch raadzaam voorzichtig te zijn. Eens je Opont doorgewandeld bent, sla je rechts af de velden in. Het ruikt hier heerlijk naar dennen. Aan een vervallen chalet steek je een beekje over en loop je het bos is. Je volgt het pad en aan splitsing sla je rechts af. Vrij snel kom je terug aan een splitsing waar je opnieuw rechts aanhoudt. De weg loopt hier licht stijgend tussen de open velden. Aan het einde van dit pad, gaat de wandeling naar links. Je daalt nu via een asfaltweg af en ziet Naomé voor je liggen. Aan de vijver van Douaire sla je rechtsaf. Licht klimmend passer je langs een Christusbeeld. Deze dreef loopt verderop langs de bosrand en langs een weide. Wanneer je aan de grote weg naar Opont komt, sla je links af en meteen weer rechts tussen de velden. Je volgt hier nu de GR 14 die aan het sparrenbos rechts afslaat. In het bos blijf je de weg volgen tot je terug op een geasfalteerde weg komt. Hier sla je rechts af. Vervolgens blijf je altijd rechtdoor lopen, zijwegen negeer je. De asfaltweg verandert weer in bosweg. Bij de kruising met de weg Graide-Our, aan het “Croix des fées” (405 m), ga je gewoon rechtdoor over een weg met steenslag. Je wandelt nu geruime tijd verder in het bos. Wanneer je terug op een asfaltweg komt, sla je rechts af. De weg gaat hier even omhoog. Vrij snel sla je 2 maal links af terug het bos in. Nadat je een avontuurlijk brugje bent overgestoken, loopt de weg even omhoog om vervolgens rechts af te slaan. Bij een T-splitsing sla je opnieuw rechtsaf en steek je terug een brugje over. De weg daalt nu verder af terug naar het startpunt van de wandeling in Our.
Het dorpje Our, opgenomen in het netwerk van de “Mooiste dorpen van Wallonië”, nestelt zich in de vallei van de Our, zachtjes geërodeerd in de loop van de tijd. Het dorpje met zijn typische Ardense woningen, lijkt verstopt te zijn in de vallei, omringd door bossen en weelderige natuur. Je bereikt het dorp door via 2 fraaie natuursteenbruggen met drie bogen en een reling in de vorm van een halve maan de rivier de Our over te steken. Het dorp doet soms denken aan een versterkte burcht: omringd door de rivier, met het opvallende Sint-Laurentiuskerkje dat erbovenuit torent. Dit kerkje is sinds 1983 geklasseerd als monument.
In het dorpje vind je ook enkele kwalitatieve restaurants die Our ook als gastronomische halte de moeite waard maken.
Our mag dan al Ardense charme uitstralen, de kleine kerk met aanpalend kerkhof, die op een natuurstenen platform boven het dorp uitsteekt, is echt wel bijzonder. Ze is bereikbaar via een kleine stenen trap. Het is het meest opmerkelijke gebouw van het dorp, Dit bescheiden kerk is bijzonder charmant en werd dan ook al door vele artiesten geschilderd.
Het gebouw kent een eeuwenlange geschiedenis. Een eerste kapel zou zijn opgericht in 1500, door de heer de Boulin. De huidige kerk werd gebouwd vanaf 1680. De gegraveerde datum is nog altijd zichtbaar op het binnenportaal. De bouw liep door tot het begin van de 18de eeuw. In 1819 ging de kerk in vlammen op, maar ze werd het jaar daarop al herbouwd.
De Kerk is tot de dag van vandaag een bedevaartsoord. Mensen komen er met name met hun kinderen om aan de patroonheilige van het dorp bescherming te vragen tegen wat men in de Ardennen kent als “de klokjes van Sint-Laurentius”, of huiduitslag of blaren door verbranding.
Maar Sint-Laurentius, die in 258 stierf als martelaar op een rooster in Rome, is niet enkel de genezer van brandwonden; het is ook de patroonheilige van koks en banketbakkers. Dat verklaart misschien de aanwezigheid in dit piepkleine dorp van meerdere uitstekende restaurants, waaronder zelfs eentje met een sterren: La Table de Maxim.
23,8 km – 370 hm
Een mooie en afwisselende wandeling langs wegen, velden en bossen door de vallei van de Houille. Onderweg passeer je onder andere de rotsformaties “la tête du chien” en “la chambre du curé” en de waterval van Barbouillon.
De eerste 3,5 km van de wandeling lopen via de weg, alvorens rechts af te slaan tussen de velden. Nadat je een kleine zagerij bent gepasseerd, sla je links af, een kleinere zijweg in. Door een stukje donker sparrenbos daalt de route vervolgens af naar het meer van Boiron. Hier moet je de weg naar Gedinne oversteken richting Sart-Custinne. De eerste straat rechts sla je af. Aan de manege op het einde van de straat steek je de weg over en loopt de straat een beetje omhoog. Rechts word je getrakteerd op een prachtig panorama. Je slaat hier links af. De weg slingert zich tussen de velden. Bij een splitsing houd je rechts aan. Na een tijdje verlaat je de asfaltweg en daal je langs een verlaten aardenweg af naar de vallei van de Houille. Je steekt de Houille over en slaat links af. De weg klimt nu omhoog met de rivier aan je linkerhand. Na een 500 m. loopt de route links het bos in. Je volgt hier het “sentier touristique” naar Vencimont. Een heel mooi bospad dat je naar de rotsformaties “la tête du chien” en “la chambre du curé” brengt en de waterval van Barbouillon. Dit stukje deed ons eigenlijk een beetje denken aan onze wandelingen in het Mullerthal. Niet zo uitgestrekt natuurlijk, maar zeker even mooi. De route daalt nu verder af naar de Houille. Nadat je de brug over de rivier bent overgestoken af, volg je deze aan de andere kant via een breed bospad. Aan een splitsing, daal je rechts af om opnieuw de Houille over te steken. We wandelen nu naar het centrum Vencimont, waar de innerlijke mens kan versterkt worden in “Le relais“. Na een eventuele tussenstop, wordt de wandeling voortgezet richting Rienne. Je passeert nog de molen van Vencimont alvorens weer het bos in te duiken. Na een kleine 5 km bereik je de eerste boerderij van Rienne. De route loopt nu achter de kerk van Rienne door naar de andere kant van het dorp. Aan de kapel sla je rechts af. Na een stukje wandelen tussen de velden, sla je terug rechts af, het bos in. Bij een T-splitsing, ga je naar rechts. Je komt dan uit op de weg van Willerzie naar Gedinne. Hier links af, terug naar het startpunt van de wandeling.
Tijdens de wandeling kom je enkele eigenaardige rotsformaties tegen, zoals een rots in de vorm van een hondenkop: “la tête du chien”. In de buurt bevindt zich ook “la chambre du curé” of de kamer van de pastoor. De pastoor van Vencimont vluchtte naar deze grot toen, na de Franse revolutie, de geestelijkheid vervolgd werd door Franse troepen. Hij droeg er de mis op en doopte er kinderen. De plek was tijdens WO II ook een commandopost van de weerstand.
De vijver van Boiron is de grootste vijver van Gedinne.
De vijver is van groot belang voor veel vogelsoorten (visarend, witgat, grote aalscholver, diverse eenden,…), vooral ook voor migrerende vogels die hier even uitrusten en energie komen opdoen.
Je kan hier ook de bever ontdekken die de site heeft gekoloniseerd.
De vijver werd ooit gebruikt om water te leveren aan een molen die vandaag verdwenen is.
De molen is nu een hotel-restaurant geworden met visvijver. In de zomer kan je hier iets drinken aan de strandbar.
Lus 1: 10 km – 44 hm
Lus 2: 12,5 km – 58 hm
Op 25.12.2021 en 02.01.2022 trokken we de wijde wereld in en wandelden wij respectievelijk lus 1 en lus 2 van de wandelroute “Vier uitersten”.
Deze wandelroute is vernoemd naar de “Vier uitersten” van het Scheldeland: de parochies Impe, Wanzele, Smetlede-Oordegem en Serskamp.
Beide routes vertrekken aan de kerk in Smetlede.
Lus 1 is bewegwijzerd met groene bordjes. Lus 2 zou volgens de website van Routen bewegwijzerd zijn met rode bordjes. Wij hebben deze echter nergens gespot. Bovendien is lus 2, zoals aangegeven op de kaart van Routen, en ook op Routeyou, niet helemaal correct. Het stukje tussen de Guchtstraat en de Beekveldrede is afgesloten. Je moet de Guchtstaat dus helemaal tot het einde wandelen en dan linksaf de Beekveldrede in.
Beide routes zijn zeer gevarieerd. Ze gaan door zowel velden, bossen en langs verharde wegen. Onderweg is regelmatig een cafeetje te vinden waar je even kan bijtanken.
Beide routes lopen door en langs de oud-Smetleedse bossen die er zéér modderig bijliggen. Stevige, waterdichte wandelschoenen of laarzen zijn dus geen overbodige luxe.
Wij vonden lus 1 de mooiste.
Café In de oude keet bij Roste Mon is al bijna honderd jaar een begrip in Smetlede. Eind 1800 kocht Philemon Venneman samen met zijn vrouw Odille het café ‘van de rosten‘ naast de kerk. Het oudste gedeelte van dit gebouw zelf dateert van uit 1700 en heeft zover men kunnen nagaan steeds als herberg gediend.
Ondanks dat Mon (Philemon) zeker niet ros was, bleven de Smetledenaren deze café ‘bij de rosten’ noemen en algauw werd het dan bij ‘Roste Mon’.
Nadat je de wijde wereld bent ingeslagen, zie je de Fauconniersmolen al van ver staan. Het is een stellingsmolen uit 1844 die gebouwd werd door de weduwe van Petrus Fauconnier.
Oorspronkelijk was het een olie- en graanmolen, maar nu is hij enkel ingericht om graan te malen. Al in 1948 werd de molen beschermd. Het provinciebestuur kocht de molen in 1973. Vlak voor de restauratie, in 1976, brandde hij volledig uit. De restauratie eindigde in 1984 en na het wegwerken van enkele mankementen, draait en maalt de molen nu regelmatig.
Als je uit de Oud-Smetleedse bossen komt en de straat oversteekt, wandel je verder richting de Vallei van de Serkampse beek.
Dit gebied wordt beheerd door het Agentschap Natuur en Bos.
De zeboe, een soort bultrund, houdt de begroeiing kort.
Je kan je hier verwonderen over de mooie mengelmoes van verschillende bloemetjes en er leven hier ook verschillende salamandersoorten, zoals de kamsalamander.
De Oud-Smetleedse bossen of Serskampse bossen liggen in de vallei van de Serskampse beek. Deze bossen worden Europees beschermd. In het gebied groeien planten zoals de bosgeelster, dalkruid, muskuskruid of heiderelicten. In het bos passeer je langs de kapel Onze Lieve Vrouw van de Vrede.
De Geelstervallei ligt in de vallei van de Molenbeek, de levensader van het gebied.
De naam van het gebied slaat op de zeldzame bosgeelster die in het gebied voorkomt. De bosgeelster, die tot de leliefamilie behoort, komt nog maar op enkele plaatsen in Vlaanderen voor. Ze houdt van vochtige, voedselrijke grond in loofbossen en grasland, en gedijt hier dan ook prima.
In de bossen van de vallei groeien ook nog schietwilg, zomereik, zoete kers en populieren met daaronder vlier, es en zwarte els.
Vroeger werden in deze streek de jonge wilgentakken door mandenvlechters geoogst om er “wannen” of platte manden van te maken waarmee de landbouwers het kaf van het koren scheidden. In de volksmond noemde men die wilgentenen ‘wijmen’ of ‘wissen’. De mandenvlechters werden dan ook soms “Wijmeniers” genoemd. Een verloren ambacht, maar de wandeling passeert wel aan de vroegere woonst van de laatste ‘wijmenier’, nu een taverne met dezelfde naam.
In de vallei vind je tenslotte ngo de typische grassoorten glanshaver en grote vossenstaart, die verwijzen naar het historische graslandverleden.
In het gebied broeden en wonen de ijvogel en de grote gele kwikstaart.
12 km – 240 hm
2/3e verhard – 1/3e onverhard
De wandeling start op het Sint-Hubertusplein in Sint-Maria-Oudenhove. Alvorens van start te gaan warmen we ons ons op aan een heerlijke on-the-go koffie bij Koffie Hoorens. Al snel verlaten we het centrum en worden we meteen getrakteerd op een prachtig panorama. Tussen de velden dalen we af om vervolgens kort te klimmen naar de Vossenholstraat (Elverenberg). Door het prachtige landschap van de Vlaamse Ardennen dalen en klimmen we verder richting Valkenberg. Hier is een stop in het authentieke oud-Vlaamse volkscafé “In Den Hengst” een absolute must. Nadien gaat de route naar de hoogste heuvel in de Zwalmstreek: de Berendries. De wandeling loopt maar een klein deel via de Berendries zelf, maar voldoende om de sfeer op te snuiven van de befaamde helling uit de Ronde van Vlaanderen. Bovenaan slaan we links de velden in om zo terug te keren naar het startpunt van de wandeling.
Voor je de Berendries bedwingt, loop je door het dorpje Michelbeke. In Michelbeke wordt elk jaar op de eerste zondag na 9 februari de “Geutelingenfeesten” gehouden. Geutelingen zijn een typisch streekproduct van de Vlaamse Ardennen. Vroeger werden in Michlbeke geutelingen gebakken voor de pelgrims die bij patrones Apollonia hun tandpijn kwamen afsmeken. Al snel werd verteld dat je een heel jaar van tandpijn gevrijwaard zou zijn door in een hete geuteling te bijten.
Daarnaast was dit ook een sociaal gebeuren: Elk gezin maakte zijn ketel deeg klaar en droeg die naar de dichtstbijzijnde oven, veelal vergezeld van een fles ‘Balegemsen’ (jenever).
De gieters goten ketel na ketel en… fles na fles. Het vuur in de oven, het gevoel van ‘het onder mekaar zijn’, had iets magisch, iets spiritueels, zeker met die Balegemsen. De geutelingen werden dan de zondag na 9 februari opgewarmd en met de ganse familie opgegeten tijden de jaarlijkse kermis. Uit dat gebruik groeiden de geutelingenfeesten.
De Berendries is de hoogste heuvel in de Zwalmstreek (98 meter). Deze befaamde helling uit de Ronde van Vlaanderen heeft geen kasseien, maar is toch een icoon uit de koers en de favoriet van Greg Van Avermaet. In de middeleeuwen was de weg een onderdeel van de heerweg van Oudenaarde naar Ninove.
11 km – 11 hm
Knooppunten: 89-69-70-72-3-32-93-95-99-119-92-91-74-90-89
Deze knooppuntenwandeling start op de Dries in Opdorp waar er voldoende parkeergelegenheid is. Na een goeie 2 kilometer door de rustige straten van Opdorp te hebben gewandeld, sla je het veld in naar het centrum van Malderen. Eens je de dorpskern voorbij bent, gaat de route naar links en loop je langs het kerkhof naar het kasteel Groenhof. Hier sla je opnieuw linksaf. Nadat je de Lippelostraat hebt overgestoken, gaat de wandeling door het mooie Lippelobos. Bij de Kasteeldreef, sla je links af en volg je even de weg. Na 500 meter sla je opnieuw linksaf en kom je aan het kasteel Hof te Melis. Je wandelt nu door een statige bosdreef. Links kan je het gedicht “Van de oude boom” lezen van Guido Gezelle. Rechts kan je even verpozen in het gezellige estaminet “De Wandeling“. Op het einde van de dreef gaat de route linksaf, opnieuw het bos in. Hier kan het wat modderig zijn. Nadat je het bos bent uitgelopen, sla je aan een open plek linksaf. Op weg naar knooppunt 92 zie je reeds van in de verte de vlaggen wapperen aan het monument dat het middelpunt van Vlaanderen markeert. Hier sla je rechts af, terug naar het centrum van Opdorp, waar je ook het laatste kasteel van deze route kan vinden.
Lippelobos is een prachtig parkbos van 60 hectare en ligt op het drieprovinciënpunt. Het strekt zich uit over Lippelo (Antwerpen), Malderen (Vlaams-Brabant) en Buggenhout (Oost-Vlaanderen).
Het bos is gegroeid rond het omgrachte kasteel Hof te Melis uit de 15e eeuw. Het kasteel is private eigendom en wordt bewoond door burggravin De Beughem. De bekendste historische passanten van dit kasteel zijn Lodewijk XV en Leopold III – die er in 1940 zijn hoofdkwartier in onderbracht.
Het Lippelobos dankt zijn natuurwaarde aan de variatie aan landschappen: het elzenbroek, het gemengd beuken-eikenbos, waterpartijen… In het najaar telt het domein ook een enorme variatie aan paddenstoelsoorten.
In het bos zijn er tal van bezienswaardigheden zoals het Hof te Melis, het Middelpunt van Vlaanderen en de vleermuizenkelder van Natuurpunt.
Het kasteel Groenhof in Malderen is een voorbeeld van hoe een hoeve uitgroeide tot een kasteel. De omgeving van het kasteel is sinds het einde van de 18de eeuw nauwelijks veranderd. Rond het kasteel vind je een uitgestrekt domein met fraai park en vijvers. Het kasteel is helaas niet vrij toegankelijk.
Het kasteel dateert uit de 15de eeuw, maar werd herbouwd in de 17de eeuw. De naam Groenhoven komt van ‘vroonhof’ of ‘vroenhof’: een middeleeuwse hoeve van landsheer van waaruit de omringende landbouwgronden werden geëxploiteerd.
In 1964 kwam het het domein en het ondertussen vervallen kasteel in handen van een rijke industrieel die grote verfraaiingswerken liet uitvoeren.
Sinds 2003 dient het kasteel als locatie voor bedrijfsfeesten, evenementen en bruiloften. In de tuin werden enkele scènes uit de film “Loft” opgenomen, en de kapel diende ook als decor voor enkele scènes uit de film “Ons Geluk” (naar het verhaal van Gerard Walschap, die uit Londerzeel afkomstig was). In het kasteel is ook een kunstverzameling ondergebracht met onder meer twee werken van Peter Paul Rubens.
Het kasteel van Opdorp wordt in de 16e eeuw voor het eerst vermeld als een omwalde burcht.
Na verschillende verbouwingen in 1887 werd het kasteel volledig gesloopt om plaats te maken voor een nieuw kasteel.
In 1948 brachten de paters van het Heilig Hart er een jongenstehuis in onder.
Nu huisvest het kasteel de VZW Capelderij, een multifunctioneel centrum voor jongeren met familiale- of gedragsproblemen.
Het kasteel is ook te zien in de Vlaamse televisieserie “Stille Waters” (2001). In deze serie is het kasteel een psychiatrische inrichting te “Rooiendijk”.
In Opdorp vind je het geografisch middelpunt van Vlaanderen. Via gps-metingen en met behulp van de docent wiskunde
bepaalden studenten van de faculteit
toegepaste wetenschappen van de Leuvense universiteit dit punt. In 2003 werd hier een monument geplaatst. Het middelpunt ligt ook slechts op tientallen meters van het eerder
bepaalde “drie-provinciënpunt” (Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Brabant) in de Biesten.
Met uitgestroopte arm,
ten halve afgeknuist,
wie staat er daar, en steekt
ene onbestaande vuist
ten hemel? Is ‘t een reus
in beelde? Neen ‘t, ‘t en is
geen mensenbouw, ‘t is eer
een wangedaantenis;
een stenen berggedrocht,
dat, staande fel en fier,
de scherpe houwen torst
van ‘t vonkend hemelvier.
Doch neen, ‘t en is geen berg,
geen wangedrocht, voorwaar;
‘t zijn takken stijf en stomp,
‘t is schorse, die ‘k ontwaar;
die, dikke en diepgegroefd,
geborsten en gescheurd,
van uit de oude grond
heure oude bonken beurt;
‘t zijn spanders overal,
‘t zijn spillen, die ‘k aanschouw,
en loof, dat kroont alom
een steenoud boomgebouw.
De winter heeft erop
zijn boos gebijt vermoord;
het water heeft het merg
in ‘t herte eruit geboord;
de bliksem spookte erom,
en kraakte, met geweld,
er halve bomen uit,
en takken ongeteld;
de tijd onteerde laf
en langzaam al zijn lijf,
en nog en roert hij niet:
hij staat daar, rotsestijf.
En ieder jaar dat loopt
hergroent hij nog, en laat,
wanneer de lente lacht,
zijn spaarzaam loofgewaad
omschaduwen het stuk
hoge uitgepuilde grond,
daar, als hij jonger was,
zijn geile wortel stond.
Eilaas, niet langer meer
en kan hij, moegeleefd,
de wonden duiken, die
men hem geslagen heeft!
Hij staat daar, oud en strem,
in ‘t wilde windgegons,
gelijk te Rome, van
groenuitgeslegen brons,
men beelden ziet: geen een
en weet hoe lang gestaan
zij hebben; geen hoe lang
de tijd voorbij zal gaan
en groeten ze, ongedeerd.
– Ik groete u! God beware
u, Vlaamse oude “tjok”,
nog honderd, duizend jaar!
26-10-1895





This website uses cookies. By continuing to use this site, you accept our use of cookies.