Fietsen in Vlaanderen

Op ontdekking in de grensstreek rond Watou en het Heuvelland

85 km – 750 hm

Een glooiende route door het Heuvelland en op de Schreve.  De route vertrekt vanuit Watou en loopt vooral langs rustige baantjes.

Alvorens de legendarische Kemmelberg te beklimmen, kan je de benen al even opwarmen met de beklimming van de Zoetendaalstraat (gem. 3%, max. 10%), de Zoetzurendaal, de Scherpenberg (gem. 3%, max. 12%) en de Zavelaar (gem. 6,6%, max.13%).  Vergeet op de top van de Scherpenberg zeker niet even te stoppen om te genieten van het prachtig uitzicht. In de volksmond wordt dit niet voor niets “klein Zwitserland” genoemd.

Als je het na al deze heuvels niet meteen meer ziet zitten om nog het steilste stuk van de Kemmelberg (23%!) te beklimmen, dan kan je net voor de kasseien rechts afslaan en zo omrijden.

Na de Kemmelberg krijgen de benen een beetje rust.  De route passeert nog langs de  Spanbroekmolen, loopt door Mesen – het kleinste stadje van België – en langs het Christmas Truce Memorial.  Hier start een leuk stukje Plugstreet richting het Ploegsteert Memorial.

Van Dranouter tot Westouter volgen er nog enkele kleinere (Schomminkelstraat) en enkele pittigere (Gildenstraat) hellingen alvorens langs de grens met Frankrijk terug te keren naar Watou.

Watou: dorp van hoge gisting

Watou is één van de 50 mooiste dorpjes van Vlaanderen.  Het ligt op de grens met Frankrijk en profileert zich als bier- en kunstdorp.  Twee brouwerijen, Sint-Bernardus en Brouwerij Van Eecke, leveren een uitgebreide selectie streekbieren en jaarlijks vindt hier tijdens de zomer een groot kunstenfestival plaats.  

In Watou zal je zeker niet verhongeren of verdorsten.  Je vindt er een ruime keuze aan cafés en restaurantjes waar je de talrijke streekspecialiteiten,  zoals de Watouse bieren, kazen en hopdelicatessen, kan proeven.

Kemmelberg

De Kemmelberg is met zijn 156 m. het hoogste punt van de provincie West-Vlaanderen.  De Kemmelberg is net als de meeste heuvels in de omtrek, zoals de Rodeberg, de Zwarteberg, de Scherpenberg, en de Katsberg, een zogenaamde “getuigenheuvel”  die ontstaan is uit zandbanken die ontstonden toen de Noordzee tot daar kwam.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was de Kemmelberg een strategisch punt en werd hij door de strijdende partijen zwaar bevochten.

Op de top van de Kemmelberg staat een Frans herdenkingsmonument.  Het monument “Den Engel” is een 17 meter hoge zuil ter nagedachtenis aan de vele Fransen die hier in april 1918 vochten tijdens de Slag om de Kemmelberg.
Op de sokkel voor de zuil staat het beeld van de overwinningsgodin Nikè in Grieks gewaad, met haar vleugels gespreid tegen de beide zijden van de zuil. In elke hand houdt ze een lauwerkrans. De Griekse godin staart met treurende blik naar het lager gelegen massagraf en het slagveld. De zijkanten van de obelisk vermelden de namen van de Franse eenheden die hier werden ingezet. 

De Kemmelberg is een echte kuitenbijter met een gemiddeld stijgingspercentage van 10.4%.  Op het steilste stuk loopt het stijgingspercentage op tot 23%.

Pool of peace - Lone Tree cemetery

De pool of peace of Spanbroekmolenkrater is één van de grootse en indrukwekkendste krater die ons herinnert aan de Mijnenslag of de “Slag bij Mesen”.  Rondom heeft de natuur haar werk gedaan maar achter de Pool of Peace ligt nog een Duitse bunker halfweg onder de grond. 

Vlakbij de Pool of Peace ligt de Britse Lone Tree begraafplaats. 

Mesen

Picture © Geerhard Joos

Mesen is de kleinste stad van België.  Dit meest zuidelijke hoekje van de Westhoek ligt midden de West-Vlaamse heuvels en bevindt zich pal op de taalgrens. 

Mesen mag dan wel klein zijn, maar het heeft een rijk historisch verleden.  Al vanaf de vroege Middeleeuwen was het stadje een knooppunt tussen Frankrijk, Vlaanderen en Wallonië, maar Mesen is toch vooral gekend als frontgemeente van de Eerste Wereldoorlog en de Mijnenslag.  Hierbij brachten de Britten op 7 juni 1917 negentien dieptemijnen tot ontploffing langs de heuvelrug van Menen.  Dit was één van de grootste niet-nucleaire ontploffingen ooit.  De omgeving werd herschapen in een kraterlandschap waarvan nog altijd sporen te zien zijn.  De grootste en bekendste is de Spanbroekmolenkrater, ook wel Pool of Peace genoemd.  Meer dan 10.000 Duitse soldaten stierven toen en de weinige overlevenden waren totaal versuft en gaven zich zonder enige tegenstand over.

Op de markt trekt een groot bronzen standbeeld van 2 soldaten die elkaar de hand rijken met tussen hen in een voetbal, meteen de aandacht.  Dit standbeeld van Andrew Edwards symboliseert de Christmas Truce of het kerstbestand van rond kerstmis 1914.

Christmas Truce Memorial

Het Christmas Truce Memorial werd op 11 december 2014 ingehuldigd.  Op deze plaats zouden Duitse en Britse soldaten vermoedelijk een partijtje voetbal gespeeld hebben tijdens het kerstbestand van 1914.  Het was de eerste en laatste keer dat er tijdens de oorlog sprake was van een kerstvrede. 

Vlak naast het monument loopt een zogenaamde plugstreet.    Plugstreets zijn halfverharde wegen in en rond Ploegsteert. Plugstreet is trouwens een Engelse verbastering van de dorpsnaam Ploegsteert. De plugstreets werden in 2017 voor de eerste keer geïntroduceerd in de koers Gent-Wevelgem als eerbetoon aan de slachtoffers die in de streek vielen tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Ploegsteert memorial

Het Ploegsteert Memorial herdenkt de meer dan 11.000 Commonwealth-soldaten die rond Ploegsteert stierven. Deze soldaten stierven niet tijdens grootscheepse offensieven, maar tijdens dagdagelijks schermutselingen die kenmerkend waren voor de loopgraven in dit gebied of tijdens iets grotere aanvallen die meestal opgezet werden ter ondersteuning van grootschalige acties op andere plaatsen.

Het herdenkingsmonument staat op de Britse militaire begraafplaats Berks Cemetry Extension.

 

Heerlijk slapen in ‘t Speutekot in Watou.

Klik op de afbeelding om het gpx-bestand te openen.

In het spoor van de Groote Oorlog – naar Tyne Cot

89 km – 300 hm

Deze rustige fietsroute door het glooiend landschap van de Westhoek. brengt je vanuit Watou naar het indrukwekkende Tyne Cot Cemetery.  Onderweg passeer je de Sint Sixtus Abdij van West-Vleteren en de dorpjes Reninge, Noordschote, Madonna en Poelkapelle.  Na een bezoek aan Tyne Cot gaat het naar Ieper waar je onder de Menenpoort doorrijdt. De route keert dan terug via Zillebeke, Voormezele, Dikkebus, Reningelst en langs het Helleketelbos. Tijdens de tocht word je door de talrijke gedenktekens die je passeert voortdurend herinnerd aan de Groote Oorlog. 

Tyne Cot - Memorial to the missing

Tyne Cot Cemetery is de grootste Commonwealth begraafplaats ter wereld en de belangrijkste getuige van de bloedige Slag van Passendale.

De begraafplaats ontleent haar naam aan een schuur midden een Duits versterkt punt aan het Westelijk Front, die door de mannen van de Royal Northumberland Fussiliers “Tyne Cot” of “Tyne Cottage” werd genoemd.  Na de verovering van de begraafplaats in oktober 1917 werden de eerste gesneuvelden hierrond begraven. In april 1918 werd de grond verloren en vijf maanden later door het Belgische leger opnieuw veroverd.  Na de oorlog werd de begraafplaats uitgebreid voor het herbegraven van de slachtoffers van de slagvelden.  Zij telt 11.956 graven.

Het monument “Tyne Cot” op de begraafplaats bevat de namen van 34.857 soldaten die in de “Ypres Salient” of Ieperboog sneuvelden en wiens graven onbekend zijn.  De Ieperboog is de benaming die de Britten gaven aan een uitstulping in het westfront rond de stad Ieper, die tijdens de volledige duur van de Eerste Wereldoorlog aan drie zijden omringd was door Duitse troepen.

Op de begraafplaats werden ook 4 Duitsers begraven.  Hun graven zijn te herkennen aan de rechthoekige steen, terwijl alle andere graven een gebogen bovenkant hebben. 

Het offerkruis bevindt zich op de oorspronkelijke grootste van de drie bunkers op de begraafplaats.   

Ieper en de Menenoort

Ieper is de grootste stad van de Westhoek.

De bijnaam van Ieper luidt ‘de Kattenstad’ of sinds het bezoek van paus Johannes Paulus II, ‘Vredesstad’.

Aan de oostzijde van de stad vind je de Menenpoort.

De Menenpoort kan worden beschouwd als het algemene symbool voor de Eerste Wereldoorlog.  Het is een herdenkingsmonument dat in 1927 werd gebouwd ter nagedachtenis van de ongeveer 54.900 Britse soldaten die in WO I sneuvelden en niet meer geïdentificeerd of teruggevonden werden. Hun namen zijn aan de binnenzijde van het monument aangebracht. Omdat er te weinig plaats bleek te zijn om alle vermisten te vermelden, werden degenen die na 16 augustus 1917 sneuvelden vermeld op het Tyne Cot monument. 

Elke avond kan je er om 20.00 u. de beklijvende ceremonie van de Last Post meemaken. De dagelijkse activiteiten vallen dan even stil om de gesneuvelde soldaten uit WO I te gedenken. De Last Post ceremonie wordt sinds 1928 georganiseerd.  Elk jaar op 11 november vindt een speciale ceremonie plaats om Wapenstilstand te herdenken.

Helleketelbos

Het Helleketelbos is niet zo onheilspellend als de naam doet vermoeden.  “Helle” betekent heuvelflank en “ketel” verwijst naar een laagte onderaan zo’n flank. Er wonen dus geen heksen of duivels, maar wel bijzondere diertjes zoals wezels, bunzingen, vossen en heel wat amfibieën.

Het gebied is vrij toegankelijk en er lopen talrijke wandel- en fietsroutes doorheen.

 

Abdij van Westvleteren

De Sint-Sixtus abdij in Westvleteren is een cisterciënzerabdij of een “Trappistenabdij”.  De monniken wijden er hun leven aan gebed, lezing en arbeid. Ze leven als broeders samen volgens de regel van Benedictus (ora et labora). 

De geschiedenis van de abdij begint in 1814 wanneer Jan-Baptist Victoor zich als kluizenaar in de bossen van Westvleteren vestigt.  Wanneer er zich in 1831 enkele monniken van de Franse abdij Mont-des-Cats bij hem voegen, wordt er een nieuw cisterciënzerklooster geboren.  

De monniken brouwden er, naast hun monastieke activiteiten, op kleine schaal en enkel voor eigen gebruik bier.  Maar al vrij snel (in 1839) ontving de abdij  een brouwlicentie.

De Abdij van Westvleteren is nu dan ook vooral gekend om haar Trappistenbier dat al verschillende keren tot beste bier ter wereld is verkozen.  Het bier wordt enkel via de webshop verkocht aan particulieren. De webshop is slechts beperkt open en het aantal bakken dat je mag kopen is gelimiteerd.  Het is dus niet gemakkelijk om aan het bier te geraken.

Heerlijk slapen in ‘t Speutekot in Watou.

Klik op de afbeelding om het gpx-bestand te openen.

De heuvels van de Zwalmstreek

85 km – 415 hm

Deze route start aan de kerk van Oudegem. Via Lede en Sint-Lievens-Houtem gaat het richting Zwalm in de Vlaamse Ardennen. Omdat er hier geen grote verbindingswegen lopen, is het in de Zwalmstreek rustig fietsen. Je fietst langs weiden en akkers en passeert regelmatig een van de vele molens die de streek zo typeert.  De heuvels van de Zwalmstreek zijn niet zo hoog, maar zeker de moeite waard. Bij de start van het fietsseizoen is deze route ideaal om de spieren op te warmen en de conditie stiletjesaan opnieuw op te bouwen.  Op en af, zonder echte kuitenbijters.

Vinkemolen in St-Denijs-Boekel – Foto door Spotter2

Klik op de afbeelding om het gpx-bestand te openen.

Rondje Spa-Malmedy-Stavelot-Coo

86 km – 1580 hm

Mooie klimrit vanuit het centrum van Spa. De rit start met een rustige klim naar het meer van Warfaaz. Daarna klimt het gestaag verder naar Hockai en Ovifat.  Na het meer van Robertville dalen we af richting Malmedy via een stukje Ravel.  In Malmedy klimt de rit met soms stukjes van 20% via de Route du Panorma naar  Bellevaux. 

Na een steile afdaling naar het centrum van Stavelot volgt opnieuw een stevige klim. Op de top van de côte Hénumont kan je even naar adem happen bij een bankje en genieten van het prachtig uitzicht op Stavelot.  Wie deze beklimming nog niet uitdagend genoeg vindt, kan na de afdaling links afslaan en  de beruchte Stockeu beklimmen.  In Hénumont komt de rit weer samen en gaat het richting Wanne.  Op het dorpsplein in Wanne kan je even bijtanken in La Métairie.

Na Wanne daalt de rit af naar Trois-Pont en Coo.  We rijden verder naar la Gleize en kiezen hier voor een alternatieve klim naar de top van de Rosier, maar wie wil kan rechts afslaan richting Ruy om de oostelijke en meest bekende kant van de Rosier te beklimmen.  Op de top van de Rosier komt de rit weer samen om terug af te dalen naar het centrum van Spa.

Klik op de afbeelding om het gpx-bestand te openen.

In het spoor van Briek

69 km – 180 hm

Rustig, licht glooiend parcours door de velden rond Tielt met tussenstop in Kanegem, het geboortedorp van Briek Schotte. Onderweg passeer je verschillende molens, o.a. de Artemeersmolen en de molen boven op de Poelberg. In Gottem, waar de route een stuk langs de Leie loopt, kan je nog eens stoppen in de brouwerij Sint-Canarus

Tielt

Tielt is een gezellig stadje in West-Vlaanderen, net op de grens met Oost-Vlaanderen.  Het ligt midden in de driehoek Gent-Kortrijk-Brugge. 

In het centrum vind je een aantal leuke cafeetjes (bv. Den arend waar ze speciale bieren en streekbieren serveren) en lekkere restaurants (bv. De traagheid).  Als wielerliefhebber moet je uiteraard eens naar café Carlito, wereldbekend om zijn spaghettisaus en stamcafé van de “Melkerie”, het  trainingsgroepje van o.a. Yves Lampaert en Tim Declercq.

Molens en brouwerijen

In de wijde Tieltse regio vind je heel wat molens.  Op de route passer je achtereenvolgens de Knokmolen, de Hostens molen, de Artemeersmolen en de Poelbergmolen

In Tielt en omgeving zijn er ook heel wat brouwerijen en hun lekkere biertjes te ontdekken.  Op onze route passeer je aan een van de kleinste brouwerijen van België, brouwerij Sint-Canarus.

Maar in Tielt zelf kan je ook een bezoek brengen aan brouwerij De Poes.

En in het centrum van Pittem kan je brouwerij Maenhout bezoeken.

Op de website van Westtoer vind je een leuke wandeltocht en 2 fietslussen die je laat kennismaken met de Tieltse bieren en brouwerijen onder de alleszeggende naam “Tappen en Trappen“.

Briek Schotte

Albéric “Briek” Schotte, bijgenaamd ijzeren Briek omwille van zijn stalen karakter en Vlaamse koppigheid, werd op 07.09.1919 geboren in Kanegem.

Hij won in 1942 en 1948 de Ronde van Vlaanderen en werd ook 2 keer wereldkampioen (1948 en 1950).

Op het dorpsplein in Kanegem vind je een beeld van hem als echte Flandrien: een coureur die doorbijt, ‘afziet’, nooit opgeeft en oersterk is.

Schotte, “de laatste der Flandriens”, overleed op zondag 4 april 2004, de dag van de 88e Ronde Van Vlaanderen.

 

Als eerbetoon aan hem wordt er elk jaar in september de GP Memorial Briek Schotte gereden in Desselgem.

KOERS

Het wielermuseum KOERS in Roeslare ligt niet op de fietsroute, maar als je in de buurt bent, is het leuk om hier even rond te lopen.

Op het gelijkvloers van dit prachtig gerenoveerde pand leer je alles over de geschiedenis van de fiets aan de hand van educatieve filmpjes en authentieke fietsen.

Op de 1e verdieping kan je je vergapen aan o.a. truitjes en allerlei andere attributen van nationale en internationale wielerhelden.  Je kan hier ook een video bekijken over een reeks onvergetelijke wielermomenten.

Verder vind je er ook een ruimte waar hulde wordt gebracht aan het leven en de carrière van Jean-Pierre ‘Jempi’ Monseré, de volksheld van Roeslare.

Tenslotte kan je door “het depot” van het museum lopen, waarin je de uitgebreide fietsencollectie van KOERS kan bewonderen. Veertig absolute must-see koersfietsen (Briek Schotte, Rik Van Looy, Sean Kelly, Tom Boonen, Fabian Cancellara,… ) zijn er permanent tentoongesteld en kunnen tot in detail bekeken worden.  Je maakt er ook kennis met het fietsambacht van weleer en je vindt er sporen van de rijke Belgische fietsgeschiedenis.

Poelberg

De Poelberg is een 45 meter hoge heuvel.  Bovenop de heuvel heb je een prachtig zicht op een beschermd landschap, compleet met kronkelende veldwegen en loeiende koeien. Op de Poelbergsite vind je naast de Poelbergmolen een bezoekerscentrum in een voormalig plattelandsschooltje. Hier kan je verhalen en objecten van vroeger ontdekken

"Jempi" Monseré

Jean-Pierre “Jempi” Monseré werd op 08.09.1948 geboren in Roeselare.

Hij werd op amper 21-jarige leeftijd wereldkampioen, maar overleed één jaar later tijdens een tragisch ongeval in een kermiskoers.

‘Jempi’ Monseré is de enige wereldkampioen die in zijn regenboogtrui het leven liet.

In het wielermuseum Koers in Roeselare wordt een hele ruimte gewijd aan deze veel te vroeg gestorven wielerheld.

Heerlijk slapen in het Sleutelhuys in het centrum van Tielt.

Klik op de afbeelding om het gpx-bestand te openen.

Naar de leeuw van Waterloo

131 km – 1162 hm

Fietstocht vanuit de Denderstreek door het Pajottenland naar de Leeuw van Waterloo.  Op de terugweg passeert de route langs het kasteel van Gaasbeek.

De Leeuw van Waterloo

De heuvel met de leeuw is één van de 4 bezienswaardigheden van het Memoriaal van Waterloo 1815.

Deze aangelegde heuvel met daarop de gietijzeren Leeuw van Waterloo springt natuurlijk het meest in het oog.  Dit monument werd, in opdracht van de Nederlandse koning Willem I, gebouwd tussen 1823 en 1826 als symbool van toekomstige vrede en de overwinning van de monarchiën bij de veldslag van 18 juni 1815.  Op die datum werd de Franse keizer Napoleon Bonaparte definitief verslagen door de Britse, Nederlandse en Duitse troepen onder leiding van de hertog van Wellington en kwam er een einde aan twintigjarige Franse overheersing en oorlogsvoering in Europa.  Het monument zou zijn opgericht op de plaats waar prins Willem van Oranje gewond zou zijn geraakt.

Vanaf de top van de 45 meter hoge kunstmatige heuvel, die je bereikt na 226 treden, heb je een goed uitzicht over het slagveld, dat intact is gebleven.  Een oriëntatietafel helpt je om een overzicht te krijgen op de troepenbewegingen en op het belang van de ligging van deze plek.

Naast de heuvel met de leeuw kan je hier ook nog een bezoek brengen aan het bijhorende museum, het Panorama – een groot rond gebouw speciaal ontworpen voor een enorm schilderij over de veldslag – en de hoeve van Hougoumont, die aan de andere kant van het slagveld ligt.

Kasteel van Gaasbeek

Het kasteel van Gaasbeek dat oorspronkelijk een middeleeuwse burcht was, evolueerde naar een romantisch kasteel in het hart van het Pajottenland.

Het kasteel is omringd door 50 hectare wandelpark en bos waarin je vrij kan wandelen.  In het park bevinden zich nog verscheidene historische gebouwen.

Het kasteel is ook een erkend museum met een rijke kunstcollectie. In 20 zalen geven de inrichting en het meubilair van de vroegere bewoners een indruk van het vroegere kasteelleven.

Klik op de afbeelding om het gpx-bestand te openen.

Van oude en nieuwe religies

215 km – 372 hm

Met de fiets op bedevaart naar de basiliek van Scherpenheuvel.  Onderweg passeren we ook nog langs een aantal andere interessante plaatsen voor het christendom en iets nieuwere religies.  Zo houden we eerst halt aan de heilige wei van Werchter en de Vlooybergtoren.  Na het branden van een kaarsje in de basiliek van Scherpenheuvel, stoppen we nog aan de de abdij van Averbode en Tongerlo.  En culturele fietsuitstap!

Klik op de afbeelding om het gpx-bestand te openen.

Rock Werchter

Rock Werchter is een pop- en rockfestival dat elk jaar plaatsvindt in het laatste weekend van juni of het eerste weekend van juli in Werchter, een deelgemeente van Rotselaar. Het is een van de bekendste festivals ter wereld.

De circa 24ha grote festivalsite is een landschapspark dat buiten de festivalmaanden mei-juli vrij toegankelijk is voor het publiek.  De street-art installaties North West Walls, die ieder jaar door street art-kunstenaars tot leven worden gewerkt, blijven het hele jaar staan op het festivalterrein.

Je kan er zelf een rockweidewandeling doen.

 

Vlooybergtoren

De Vlooybergtoren is een uitkijktoren in de Vlaams-Brabantse gemeente Tielt-Wingene, en geeft een uitzicht over het Hageland en zelfs verder (op heldere dagen kan je de koeltorens van Vilvoorde en de schachtblok van de steenkoolmijn van Beringen zien).  Hij staat op één van de hoogst gelegen locaties van het Hageland (80m).

De Vlooybergtoren is een zwevende trap gemaakt uit roestvrij Cortenstaal.  Zijn roestbruine kleur verwijst naar de ijzerhoudende zandsteen in de ondergrond.

Hij is ruim 20 m lang en 11 m hoog, en is vooral bekend van de serie “Callboys”.

Basiliek van Scherpenheuvel

De basiliek van Scherpenheuvel-Zichem is een van de oudste koepelkerken van de Lage Landen en werd ingewijd in 1627.  In 1922 werd de kerk tot basiliek verheven, en sinds 1952 is het een beschermd monument. De basiliek werd gebouwd op initiatief van de aartshertogen Albrecht en Isabella van Oostenrijk.  De bouw werd door hen ook gefinancierd.  Om aan te tonen dat aardse goederen niet het belangrijkste zijn, offerde Isabella bij de inwijding haar juwelen op de altaartrappen.

De basiliek is gebouwd in de vorm van een zevenster, een symbool voor de zeven vreugden en zeven smarten van   Maria.  Die symboliek vind je ook terug in het zevenhoekig plein rond de basiliek.  De koepel heeft geen lichtopeningen en is met lood afgedicht. Hij is versierd met 298 zevenpuntige vergulde sterren. 

Scherpenheuvel is al sinds de 16e eeuw een belangrijk bedevaartsoord voor katholieke gelovigen en is tot nu nog steeds de meest bezochte bedevaartplaats van België.

De devotie tot Onze-Lieve-Vrouw te Scherpenheuvel is ontstaan rond een mariabeeldje hangend aan een eik.  Volgens uit het jaar 1514 wou een herder uit Zichem het mariabeeld dat op de grond lag, oprapen en mee naar huis nemen. Toen hij het in handen had, bleef hij als versteend staan en kon geen voet meer verzetten. Omdat de herder zo lang wegbleef ging zijn baas hem zoeken. Wanneer hij de ongelukkige herder vond met het beeldje in zijn handen, hing de baas dit terug in de eik. Vanaf dat moment kon de herder terug bewegen. Rond 1580 verdween het beeldje op een onbekende manier.  De inwoners van Zichem merkten echter dat de bedevaarders bleven komen, ondanks het feit dat er geen beeld meer kon vereerd worden. Daarom hing men in 1587 een nieuw beeldje aan de eik, het huidige beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel.

De basiliek is omringd door talrijke drink- en eetgelegenheden en winkeltjes en kraampjes die leven op het ritme van het bedevaartseizoen. 

i

De abdij van Averbode

De abdij van Averbode werd gesticht in 1134.

De abdij is een Norbertijnenklooster.

Oorspronkelijk leefden zowel mannen als vrouwen in de abdij, maar in het begin van de 13e eeuw is dit definitief veranderd.  Er leven nu enkel nog mannen.

Het indrukwekkende gotische poortgebouw, opgetrokken in de tweede helft van de 14e eeuw, is het oudste nog bestaande deel.  Naast de grote poort kan je nog altijd het ‘armengat’ zien dat gebruikt werd om voedsel uit te delen aan iedereen die een beetje steun kon gebruiken.

Het binnenplein van de abdij en de abdijkerk kan je overdag steeds vrij bezoeken.

In de abdij vind je ook nog een gastenkwartier, een bezinningscentrum en een streekproductenwinkel waar je o.m. bier, brood, kaas, speculaas, peperkoek en ijs kan kopen.

In de dreef voor de abdij staan in de zomermaanden altijd veel ijskraampjes.  In de volksmond spreekt men hier dan ook van de “lekdreef van Averbode”.

Rond de abdij kan je 3 mooie wandelingen maken van 3, 8 of 12 km.  De routes kan je hier downloaden, of je kan ook een folder halen in de Abdijwinkel en meteen een picknickmand bestellen.

De abdij van Tongerlo

De abdij van Tongerlo werd gesticht omstreeks 1130.

Net zoals de abdij van averbode is dit een abdij van de Norbertijnen en was het tot de 13e eeuw een “dubbel klooster” waar mannen en vrouwen leefden.

De abdij bestaat uit diverse gebouwen die door hun verschillende bouwstijlen de kleurrijke geschiedenis van de abdij weerspiegelen.

 

Je bereikt de abdij via een lindendreef die in 1676 aangeplant werd. Het is daarmee de oudste volledig bewaarde lindedreef van West-Europa.

Boven de ingangspoort staan beelden van de Heilige Barbara, de Heilige Catharina en Onze-Lieve-Vrouw, de patrones van de abdij. Links onder het poortgebouw staat de vroegere portierswoning. Links naast de ingang is nog het oude armenvenster te zien waar vroeger de armen kwamen bedelen.

Blikvanger op het binnenplein is de Onze-Lieve-Vrouwkerk, gebouwd vanaf 1852 in neogotische stijl.

Op het voorplein staat de alleenstaande tiendschuur. Ze werd gebouwd in 1618 en gerestaureerd in 1980. Tijdens de Boerenkrijg deed ze dienst als geheime vergaderplaats van de Brigands.  Aan de overkant van het plein staan de smidse, de schrijnwerkerij, de stallingen, de oude bakkerij en het karrenhuis.

Je kan er tenslotte ook het Da Vinci museum bezoek waar je o.m. de meest getrouwe en mooiste replica van het “Laatste Avondmaal” kan bewonderen.  Volgens kunstexperts zou De Vinci zelf hebben meegewerkt aan deze versie.

Het binnenplein van de abdij is alle dagen vrij toegankelijk.

 

Naar het hellend vlak van Ronquières

Voorbij den diksten en de grootste naar het langste...

133 km – 1.017 hm

Een mooie fietstocht naar het langste hellend vlak ter wereld en voorbij de grootste openlucht steengroeve van Europa.  We fietsen langs lieflijke baantjes tussen de velden en langs het kanaal Brussel-Charleroi en de Dender.  Onderweg passeren we een aantal bezienswaardigheden, zoals de Dikken van Pamel, de woestijnkapel en de zwarte molen.

De Dikken van Pamel

In Pamel staat langs de Dender het standbeeld van de Dikken van Pamel, alias Viktor De Klerck, een folkloristisch figuur uit Roosdaal.  Hij zou meer dan 300 kg gewogen hebben.  Hij stierf in 1835, 36 jaar oud.  Een jaar na zijn dood groeide plots een enorme wilg op zijn graf.  Het verhaal gaat dat deze boom zou gegroeid zijn uit zijn teen die bij de begraving nog uit de kist stak.  Om de boom niet te schenden, en uit vrees voor de Dikken zijn teen volgens sommigen, werd een muur rond de wilg gebouwd.  De boom verging echter.  De metser had, op zoek naar de Dikken zijn teen, de grond tussen de wortels weggepeuterd….

Woestijnkapel

Iets verderop vinden we in Gooik de woestijnkapel.  Meer informatie vind je hier.

Quenast

Quenast is een mooi dorpje in de provincie Waals-Brabant en een deelgemeente van Rebecq. Door het dorp stoomt de Zenne.   In het dorp passeren we de familiale brouwerij Lefebvre die in 1876 werd opgericht.  De brouwerij is vooral gekend als producent van de Floreffe-abdijbieren en Barbãr.  Net buiten het dorp bevindt zich de steengroeve van Quenast die de grootste openluchtsteengroeve is van Europa met een oppervlakte van 140 hectare, en op sommige plaatsen een diepte van 125 m. Sinds de 17de eeuw ontgint men hier porfier, afgekoeld magma van 435 miljoen jaar oud. Het gesteente dat wordt ontgonnen is heel hard en diende traditioneel om de gekende Belgische kasseien te maken.  Nu wordt het porfiersteenslag voornamelijk gebruikt voor funderingen en wegdekken.

Kanaal Brussel-Charleroi

Het kanaal Brussel-Charleroi verbindt zoals de naam doet vermoeden, de steden Brussel en Charleroi met elkaar. De aanleg startte in 1827 en duurde vijf jaar. Oorspronkelijk verzekerde het kanaal Charleroi-Brussel de Waalse mijnindustrie van een vlotte aansluiting met Brussel en verderop met de haven van Antwerpen, maar nu is het vooral een transitweg naar Frankrijk, Nederland en Duitsland.  Een belangrijke uitdaging bij de aanleg was het overbruggen van een hoogteverschil van 127 meter. Met de ingebruikname van het hellend vlak van Ronquières werd in één beweging een hoogteverschil van 68 meter overwonnen.

De zwarte molen van Elingen

De zwarte molen van Elingen werd in 1779 opgericht als graanwindmolen.  De zwarte molen stond bekend als de stevigste en machtigste windmolen van de streek.  Zijn naam is afkomstig van de zwarte teer waarmee de romp werd ingestreken.  Het wiekenkruis werd in 1931 weggenomen.  De romp zoals nu te zien, is ingekort op halve hoogte.  De zwarte molen is nu een stoeterij en wijndomein.

Het hellend vlak van Ronquières

Bij Ronquières, een dorpje in Waals-Brabant, vind je het langste hellend vlak ter wereld.

Het hellend vlak is een scheepslift op het Kanaal Charleroi-Brussel en overbrugt een hoogteverschil van 68 meter met het Henegouws Plateau.

Voor de inwerkingstelling ervan in 1968 werd dit hoogteverschil opgevangen door maar liefst 16 sluizen.  Het passeren van al deze sluizen, over een afstand van circa twee kilometer, kon tot twee dagen oplopen.  Deze scheepslift bezorgt de binnenschippers dus heel wat tijdswinst.

De constructie bestaat uit 2 bakken gevuld met water die de schepen, als badkuipen op wieltjes, over een lengte van 1432 meter van het laagste naar het hoogste punt van het hellend vlak dragen.
In het aanloopstuk vanuit Charleroi loopt het kanaal over een brug gesteund door 70 betonnen pilaren met een diameter van 2 meter.  De brug draagt een last van ongeveer 100.000 ton water en dient als wachthaven vooraleer de boten de oversteek maken.

Een indrukwekkende constructie en ingenieus systeem.


Klik op de afbeelding om het gpx-bestand te openen.

Naar de molenberg

Klik op de afbeelding om het gpx-bestand te openen.

This website uses cookies. By continuing to use this site, you accept our use of cookies.