Wallonië
Wallonië
Wandelen in de Belgische Ardennen en Wallonië
Le Gros Bois – bewegwijzerde wandeling in Vencimont
6km – 181 hm
Bewegwijzerd : gele rechthoek
Deze korte, mooie wandeling neemt je mee naar de hoogtes van Vencimont.
Vanuit het centrum van het dorp klimt de wandeling meteen omhoog naar het bos. Langs een breed en gemakkelijk begaanbaar pad wandel je hier helemaal alleen door een ongerept stuk bos. Na een kleine 4 km moet je even op straat lopen, maar je slaat haast meteen weer rechtsaf een veldweg in. Langs open velden bereik je nu de hoogst gelegen huizen van Vencimont. Bij het afdalen naar het startpunt van de wandeling word je nog getrakteerd op een prachtig uitzicht op het dorp en het pittoreske kerkje.
Zomerhoogtepunten van de Semois
15 km – 470 hm
Een pittige wandeling voor de iets meer geoefende wandelaar die 3 keer de Semois oversteekt en 2 maal klimt naar prachtige uitzichtpunten. Deze wandeling kan wel enkel in de zomermaanden gewandeld worden omdat 2 van de 3 bruggen enkel dan opgebouwd worden.
Wij zijn de wandeling begonnen in Vresse, maar je kan evengoed bv. in Membre starten, waar je ook gemakkelijk kan parkeren.
In het centrum van Vresse gaat de route meteen over de pont Saint Lambert en volgt dan gedurende ongeveer 1,5 km de Semois tot we de rivier oversteken via de Pont de Claies. Wie de wandeling stukje wil inkorten en klaar is voor een pittige klim, slaat na de brug links af en neemt dan vrij direct een stijl pad tussen de bomen. Wie liever iets gemakkelijker het centrum van Laforêt – één van de mooiste dorpjes van Wallonië – wil bereiken, volgt de weg na de brug naar rechts. Op het einde van het dorp, begin je aan een klim naar de Roche à Saloru (325 m) waar een uitkijktoren een prachtig vergezicht op de meanders van de Semois en het dopje Membre biedt.
Via een avontuurlijke afdaling gaat de wandeling naar het centrum van Membre. We volgen hier opnieuw een tijdlang de oevers van de Semois tot aan de pas gerestaureerde spoorwegbrug en -tunnel die Membre met Bohan verbindt.
In Bohan slaan we rechtsaf. We lopen nu tussen de vele campings op de oevers van de Semois. We blijven de weg volgen tot we op de plaats genaamd “Kelhan” de nieuwe houten (2022) oversteekbrug bereiken. Na de brug volgt er meteen een zeer pittige klim die een tijdje het riviertje Le Sautou volgt tot de plaats “Al Houline” (320m). We wandelen nu verder door het naturreservaat Bohan-Membre tot het 2e uitzichtpunt van deze tocht: Le Jambon de la Semois. De naam van deze plek word je meteen duidelijk. De vorm van de rivier en het land doen denken aan een grote ham.
Na dit prachtige panorama steken we de baan over en wandelen we verder richting het gehucht “le Terne”, waar we het “kamp van de Dassen” passeren, een aandenken aan het leven van de Maquisards in de Ardense bossen. Hierna volgt nog een mooie afdaling terug naar Vresse.
De oude spoorwegbrug en -tunnel van Membre
De oude spoorwegbrug en -tunnel tussen Bohan en Membre werd, na 80 jaar, officieel voor fietsers en voetgangers geopend op 23.06.2022.
De geschiedenis van deze brug en tunnel gaat terug tot 1880. In die tijd had Gedinne een treinverbinding naar Bertrix en vanaf 1899 naar Dinant. In 1913 wordt Gedinne via een buurtspoorweg ook verbonden met Vresse en Membre. Pas 20 jaar later wordt de spoorweglijn ook doorgetrokken tot Bohan.
Dat het zo lang geduurd heeft, had te maken met WO I die zo goed als alle op stapel staande projecten dwarsboomde, maar ook met een hindernis van formaat: een steile rotsachtige landtong middenin zo’n grote ingesneden meander van de Semois. Liever dan een hele omweg langs de rivier koos men voor de kortste weg: een tunnel dwars door de heuvel en aan beide kanten een viaduct over de rivier.
zomerbrug te Kelhan
Sinds dit jaar (2022) werd, na de beroemde “Pont de Claies” in Laforêt, een tweede tijdelijke loopbrug opgebouwd over de Semois. Je vindt deze houten brug in Bohan, op een plaats genaamd “Kelhan”.
Deze brug is massiever dan de Pont de Claies en werd gebouwd met lokaal dennenhout.
Het werk van meer dan veertig meter lang laat wandelaars toe om een van de mooiste bewaarde hoekjes van de Namen Ardennen te ontdekken: het natuurreservaat van Bohan-Membre, dat bestaat uit 170 hectare bos. Dit reservaat heeft een rijke fauna en flora. Er zijn ook bijzondere geologische formaties te vinden , waarvan sommigen hebben geleid tot legendes zoals deze van feeëntafel en de feeënschoorsteen, …
prachtige panorama's
Omdat de Semois in de loop der tijden haar bedding steeds dieper uitgroef in de rotsen zijn er in de streek heel wat prachtige panoramapunten te vinden die een weergaloos uitzicht bieden op de meanderende rivier, de omringende bossen en de pittoreske dorpjes die zich in de valleien hebben genesteld. Veel uitzichtpunten zijn bereikbaar met de auto, sommigen vragen wat meer inspanning en zijn te bereiken na een mooie wandeling, zoals het uitzichtpunt vanaf la Roche à Saloru of het panorama “Le jambon de la Semois”.
La roche percée in Les Hayons: door het land van heksen en feeën
7 km – 170 hm
Deze bewegwijzerde wandeling (rode rechthoek, nr. 21) vertrekt aan de kerk in het dorpje Les Hayons. Met onze rug naar de kerk wandelen we links het dorp uit. Bij het buitengaan van het dorp passeren we langs een bijzonder museum: La Ferme des Fées, waar feeën het dagelijkse leven van weleer uitbeelden. Zeker een bezoekje waard.
We blijven de weg volgen en al snel komen we aan het uitzichtpunt Mont de Zatrou met zicht op de Semois en de Hultai-vlakte.
De wandeling daalt vervolgens nog even verder af om dan via een steil bospad aan de linkerkant van de weg het volgende indrukwekkend uitzichtpunt “Le Saut des Sorcières“,of heksensprong, te bereiken.
Na even zelf op de platte rots gestaan te hebben, die volgens de legende , en zoals de naam ook meegeeft, dienst deed als springplank voor heksen, dalen we via een prachtig, soms vrij steil, pad af naar de camping “Le Maka”, waar de ruisseau des Aleines in de Semois stroomt.
De wandeling loopt nu over weg met steenslag naar enkele chalets. Aan een bordje dat het pad aanduidt dat door de weiden van La Vanette loopt, slaan we links af. We lopen nu langs de oever van de Semois en in de verte zien we “la Roche Percée” al liggen.
Na de doortocht door de rots loopt de wandeling nog even verder langs de Semois door wat struikgewas en een weide om op een bredere bosweg te komen. Nadat we het beekje ‘Ruisseau des Gorges‘ zijn overgestoken, slaan we rechts af en klimt de weg gestaag terug naar het dorp en het vertrekpunt.
La Roche Percée
Tegenover het plateau van Le Hultai vind je La Roche Percée, of de “doorboorde rots”. Waarom de rots zijn naam kreeg, merk je als je door de smalle doorgang loopt. Volgens een legende zou de rots gespleten zijn door een gigantische slag van een zwaard. Meer aannemelijker is dat de doorgang in lang vervlogen tijden kunstmatig werd gecreëerd aangezien deze rots immers eeuwenlang een passagepunt was voor reizigers tussen het hertogdom van Bouillon en dat van Luxemburg. De rots vormde vroeger ook de grens tussen de drie bisdommen Reims, Trier en Luik. Volgens sommige bronnen is deze rots een van de oudst beschreven plaatsen in de Ardennen. Rond 644 wordt ze al beschreven als “petra quadrata”, (vierkante steen) in een charter van de Merovingische Koning Sigebert III.
Uitzichtpunt Mont de Zatrou
Dit uizichtpunt ligt op de weg die afdaalt van het dorpje Les Hayons naar de camping Le Maka waar de ruisseau des Aleines in de Semois stroomt.
Je hebt hier een origineel zicht op de Semois, die bijna in rechte lijn naar het zuiden stroomt en de twee eilanden van Lipire en van Ligrorode omarmt ter hoogte van de voormalige smederij, die schaapskooi werd en nu verlaten is.
Rechts liggen de gemeentelijke bossen en daar bevindt zich de grot van de fee Namousette. Daaronder de beroemde Roche Percée.
Links liggen de gemeentelijke bossen van Bouillon en het legendarisch gehucht Le Hultai waar feeënsabbatten werden gehouden.
Vlakbij ligt het uitzichtspunt “Saut des Sorcières”.
Uitzichtpunt Saut des Sorcières
Het uitzichtpunt “Saut des Sorcières” (of de heksensprong) is een platte rots van waarop je een prachtig uitzicht hebt op de vallei van de ruisseau des Aleines.
Aan deze rots is de legende van de herder Colas Tcha-Tcha verbonden die vlakbij de rots op het midden van het plateau van Hultai zou zij begraven. De rots wordt daarom ook wel eens la Roche Tcha-Tcha genoemd.
Hoogtepunten rond Bouillon
17,5 km – 570 hm
Een mooie wandeling die water, bos en prachtige panorama’s combineert. De wandeling start aan de voet van het indrukwekkende kasteel van Bouillon en in de oudste wijk van de stad: de Bretonse wijk. Dit stadsdeel, ook wel de “quartier du Brutz” genoemd, was het hart van de oude stad. Je daalt onmiddellijk af naar de Semois en steekt de pont de Cordemoy over. Hier volgt de wandeling de bewegwijzerde route nr. 7, aangeduid met een rode rechthoek. De weg stijgt meteen in het bos en leidt naar de abdij van Notre Dame de Clairefontaine, die afhangt van de abdij van Orval. Voorbij de abdij, blijf je de Semois volgen en bereik je al snel de grootste hangbrug van België nabij de moulin de l’Épin. De route zelf loopt niet over de brug, maar loop er zeker eens over!
Langs de moulin de l’Épin, dat nu een vakantiehuis is, blijf je het pad dat parallellel loopt met de Semois verder volgen gedurende 1,5 km. Hier begin je aan de weg omhoog naar het prachtig panoramapunt “la tombe du géant“.
De wandeling is nu halfweg, even bijtanken kan in het caféetje Le Relais de Géant.
Iets voor bij het café, sla je rechtsaf en duikt de wandeling weer het bos in, richting het dorpje Sensenruth. Net voorbij het dorpscentrum, sla je rechtsaf. Je volgt even de baan en houdt dan rechts aan, een aardeweg in langs een sparrenbos. Zo bereik je het volgende dorpje Curfô. Bij het verlaten van het dorp, sla je linksaf. Je volgt nu de GR 14 richting Bouillon. Voorbij de sporthal, sla je rechtsaf en klimt de weg naar de Belvédère d’Auclin waar je getrakteerd wordt op een prachtig panorama over Bouillon en de omliggende bossen. Het einde van de wandeling is in zicht. Je volgt hier opnieuw de bewegwijzerde route nr. 7 die je ook in het begin volgde en daalt via een stijl pad af naar het centrum van Bouillon.
Pont de Cordemois
Via deze deze brug in gotische stijl kan je vanuit het centrum van Bouillon gemakkelijk de abdij van Cordemois, of ook de cisterciënzerabdij Notre Dame de Clairefontaine genoemd, bereiken. De brug werd in 1935 gebouwd op de plaats waar vroeger een veerbootdienst bestond. De brug is representatief voor de gotische bouwstijl vanwege het karakteristieke puntpunt (gewelven).
Abdij Notre Dame de Clairefontaine
De abdij Notre Dame de Clairfontaine, ook wel abdij van Cordemois genoemd, werd gebouwd tussen 1930 en 1935 in opdracht van Dom van der Cruyssen, abt in Orval. De zusters zijn cisterciënserzusters die afhangen van de abdij van Orval.
De abdij bevindt zich op 3 km van Bouillon, langs de Semois, en biedt onderdak aan een gemeenschap van cisterciënzer zusters. Volgens de regels van de heilige Benoît bestaat hun dagelijkse leven uit gebeden en handarbeid.
De kerk is toegankelijk voor de bezoekers. Een vleugel van het klooster dient voor retraites, zowel alleen als in groep, in alle rust en vrede. Je vindt er ook een winkel met religieuze voorwerpen, boeken, cd’s, keramiek, schilderijen op zijde, artisanale koekjes,…
La passerelle de l'Épine
Vlak aan le moulin de l’épine vind je een romantische hangbrug “la passerelle de l’Epine”.
De voetgangersbrug bengelt boven de Semois en is maar liefst 55 meter lang, en zo meteen de langste van Beligië. Ze verbindt de wandelingen van Botassart en Corbion.
Het graf van de reus
Het “graf van de reus” is geclassificeerd als “uitzonderlijk erfgoed van Wallonië” en “natuurlijk erfgoed van landschapsbelang”. Het is ongetwijfeld een van de meest bekende en gefotografeerde plekken in België.
Volgens de legende ligt hier een reus van de Trevieren begraven. Tijdens de slag om de Samber werd hij door de legioenen van Julius Caesar verslagen en in het nauw gedreven bi jde Rocher des Gattes. Maar in plaats van zich over te geven en zijn lot in de arena’s van Rome te anvaarden, sprong hij liever in de afgrond, zijn dood tegemoet. De dorpelingen vonden zijn stoffelijk overschot en gaven de reus een graf dat zijn moed weerspiegelde, op de heuvel die boven de Semois uittorent.
De weelderige omgeving is het resultaat van de geologie van de bodem, die vooral uit schist bestaat. Nadat leisteenplaten in de loop van de geologische tijden werden uitgesleten, hebben de meanders van de Semois zich langzaam een weg gezocht door deze rots met zijn bijzondere vorm.
Het bos aan de linkerkant, dat zich uitstrekt van de Tombe tot in Bouillon, heet de “Bichetour” en is één van de zeven “Ardeense bossen” die ooit in handen waren van de graven van Ardenne-Verdun, de voorouders van Godfried van Bouillon. Rechts, verstopt onder de bomen, bevindt zich de Rocher de Gattes, de rots waar de reus volgens de legende naar beneden sprong.
Belvédère d'Auclin
De eerste uitkijktoren op de côte d’Auclin dateert van 1923. In 2001 werd een nieuwe constructie ingehuldigd. De uitkijktoren staat op een basis van beton van 150m³. Hij beschikt over acht verdiepingen ondersteund door 4 houten pijlers omgeven door ijzer met een totale hoogte van 31,60 m ( 385 m hoogte of 180m boven de rivier). Vanop het laatste platform met een oppervlakte van 36 m², dat men bereikt na een beklimming van 161 treden, heeft men een prachtig zicht op de stad en de omliggende bossen.
Bouillon
Zo rijk en belangrijk als in de middeleeuwen is het stadje al lang niet meer, maar je voelt nog altijd de allure. Alleen de naam al: Bouillon. Van “Godfried van Bouillon”: ridder, held van de Ardennen en officieel verdediger van het Heilige Graf.
Het oude centrum leest als een geschiedenisboek. Van het 17de-eeuwse klooster tot het statige Maison Dorival. Van het gerenoveerde Quartier de Bretagne tot het oude ziekenhuis. En natuurlijk niet te vergeten de imposante burcht (LINK) die over de stad uitkijkt. Hier kan je de middeleeuwen herbeleven. Zowel overdag als ’s tijdens een nocturne waarbij je onder begeleiding van een gids met fakkels door het donkere kasteel dwaalt.
In de omgeving valt er ook nog veel te ontdekken, zoals de abdij Notre-Dame de Clairefontaine, het dierenpark en de grootste hangbrug van België bij le Moulin de l’Épine.
Rondom Our: het mooiste dorp via de mooiste Ardennenroutes
18.5 km – 315 hm
Deze luswandeling start in Our, één van de mooiste dorpjes van Wallonië. Vanuit Our volgt de route eerst gedurende een zestal kilometer de Transardennaise om nadien vanuit Naomé terug te keren via de GR 14, le Sentier de l’Ardenne.
De wandeling start aan de pittoreske St-Laurentiusskerk. Je loopt langs de kerk en wandelt de “Rue de Roses” in. Na enkele meters sla je rechts af en loop je het bos in. Aan je rechterhand stroomt de Our, een zijriviertje van de Lesse. Plots sta je oog in oog met enkele kabouters die verspreid staan over een rotsformatie op je rechterkant. Vind jij ze allemaal?
Een beetje verderop, aan een splitsing, ga je naar rechts. Vervolgens rechts afslaan en wanneer je het bos uitwandelt zie je rechts Beth liggen. De Transardennaise volgt hier de nu de rijweg naar Opont. Het is niet heel druk, maar het is toch raadzaam voorzichtig te zijn. Eens je Opont doorgewandeld bent, sla je rechts af de velden in. Het ruikt hier heerlijk naar dennen. Aan een vervallen chalet steek je een beekje over en loop je het bos is. Je volgt het pad en aan splitsing sla je rechts af. Vrij snel kom je terug aan een splitsing waar je opnieuw rechts aanhoudt. De weg loopt hier licht stijgend tussen de open velden. Aan het einde van dit pad, gaat de wandeling naar links. Je daalt nu via een asfaltweg af en ziet Naomé voor je liggen. Aan de vijver van Douaire sla je rechtsaf. Licht klimmend passer je langs een Christusbeeld. Deze dreef loopt verderop langs de bosrand en langs een weide. Wanneer je aan de grote weg naar Opont komt, sla je links af en meteen weer rechts tussen de velden. Je volgt hier nu de GR 14 die aan het sparrenbos rechts afslaat. In het bos blijf je de weg volgen tot je terug op een geasfalteerde weg komt. Hier sla je rechts af. Vervolgens blijf je altijd rechtdoor lopen, zijwegen negeer je. De asfaltweg verandert weer in bosweg. Bij de kruising met de weg Graide-Our, aan het “Croix des fées” (405 m), ga je gewoon rechtdoor over een weg met steenslag. Je wandelt nu geruime tijd verder in het bos. Wanneer je terug op een asfaltweg komt, sla je rechts af. De weg gaat hier even omhoog. Vrij snel sla je 2 maal links af terug het bos in. Nadat je een avontuurlijk brugje bent overgestoken, loopt de weg even omhoog om vervolgens rechts af te slaan. Bij een T-splitsing sla je opnieuw rechtsaf en steek je terug een brugje over. De weg daalt nu verder af terug naar het startpunt van de wandeling in Our.
Our
Het dorpje Our, opgenomen in het netwerk van de “Mooiste dorpen van Wallonië”, nestelt zich in de vallei van de Our, zachtjes geërodeerd in de loop van de tijd. Het dorpje met zijn typische Ardense woningen, lijkt verstopt te zijn in de vallei, omringd door bossen en weelderige natuur. Je bereikt het dorp door via 2 fraaie natuursteenbruggen met drie bogen en een reling in de vorm van een halve maan de rivier de Our over te steken. Het dorp doet soms denken aan een versterkte burcht: omringd door de rivier, met het opvallende Sint-Laurentiuskerkje dat erbovenuit torent. Dit kerkje is sinds 1983 geklasseerd als monument.
In het dorpje vind je ook enkele kwalitatieve restaurants die Our ook als gastronomische halte de moeite waard maken.
Sint-Laurentiuskerk
Our mag dan al Ardense charme uitstralen, de kleine kerk met aanpalend kerkhof, die op een natuurstenen platform boven het dorp uitsteekt, is echt wel bijzonder. Ze is bereikbaar via een kleine stenen trap. Het is het meest opmerkelijke gebouw van het dorp, Dit bescheiden kerk is bijzonder charmant en werd dan ook al door vele artiesten geschilderd.
Het gebouw kent een eeuwenlange geschiedenis. Een eerste kapel zou zijn opgericht in 1500, door de heer de Boulin. De huidige kerk werd gebouwd vanaf 1680. De gegraveerde datum is nog altijd zichtbaar op het binnenportaal. De bouw liep door tot het begin van de 18de eeuw. In 1819 ging de kerk in vlammen op, maar ze werd het jaar daarop al herbouwd.
De Kerk is tot de dag van vandaag een bedevaartsoord. Mensen komen er met name met hun kinderen om aan de patroonheilige van het dorp bescherming te vragen tegen wat men in de Ardennen kent als “de klokjes van Sint-Laurentius”, of huiduitslag of blaren door verbranding.
Maar Sint-Laurentius, die in 258 stierf als martelaar op een rooster in Rome, is niet enkel de genezer van brandwonden; het is ook de patroonheilige van koks en banketbakkers. Dat verklaart misschien de aanwezigheid in dit piepkleine dorp van meerdere uitstekende restaurants, waaronder zelfs eentje met een sterren: La Table de Maxim.
Voeg je header hier toe
Vencimont – Stukje mini-Mullerthal in eigen land
23,8 km – 370 hm
Een mooie en afwisselende wandeling langs wegen, velden en bossen door de vallei van de Houille. Onderweg passeer je onder andere de rotsformaties “la tête du chien” en “la chambre du curé” en de waterval van Barbouillon.
De eerste 3,5 km van de wandeling lopen via de weg, alvorens rechts af te slaan tussen de velden. Nadat je een kleine zagerij bent gepasseerd, sla je links af, een kleinere zijweg in. Door een stukje donker sparrenbos daalt de route vervolgens af naar het meer van Boiron. Hier moet je de weg naar Gedinne oversteken richting Sart-Custinne. De eerste straat rechts sla je af. Aan de manege op het einde van de straat steek je de weg over en loopt de straat een beetje omhoog. Rechts word je getrakteerd op een prachtig panorama. Je slaat hier links af. De weg slingert zich tussen de velden. Bij een splitsing houd je rechts aan. Na een tijdje verlaat je de asfaltweg en daal je langs een verlaten aardenweg af naar de vallei van de Houille. Je steekt de Houille over en slaat links af. De weg klimt nu omhoog met de rivier aan je linkerhand. Na een 500 m. loopt de route links het bos in. Je volgt hier het “sentier touristique” naar Vencimont. Een heel mooi bospad dat je naar de rotsformaties “la tête du chien” en “la chambre du curé” brengt en de waterval van Barbouillon. Dit stukje deed ons eigenlijk een beetje denken aan onze wandelingen in het Mullerthal. Niet zo uitgestrekt natuurlijk, maar zeker even mooi. De route daalt nu verder af naar de Houille. Nadat je de brug over de rivier bent overgestoken af, volg je deze aan de andere kant via een breed bospad. Aan een splitsing, daal je rechts af om opnieuw de Houille over te steken. We wandelen nu naar het centrum Vencimont, waar de innerlijke mens kan versterkt worden in “Le relais“. Na een eventuele tussenstop, wordt de wandeling voortgezet richting Rienne. Je passeert nog de molen van Vencimont alvorens weer het bos in te duiken. Na een kleine 5 km bereik je de eerste boerderij van Rienne. De route loopt nu achter de kerk van Rienne door naar de andere kant van het dorp. Aan de kapel sla je rechts af. Na een stukje wandelen tussen de velden, sla je terug rechts af, het bos in. Bij een T-splitsing, ga je naar rechts. Je komt dan uit op de weg van Willerzie naar Gedinne. Hier links af, terug naar het startpunt van de wandeling.
La tête du chien en la chambre du curé
Tijdens de wandeling kom je enkele eigenaardige rotsformaties tegen, zoals een rots in de vorm van een hondenkop: “la tête du chien”. In de buurt bevindt zich ook “la chambre du curé” of de kamer van de pastoor. De pastoor van Vencimont vluchtte naar deze grot toen, na de Franse revolutie, de geestelijkheid vervolgd werd door Franse troepen. Hij droeg er de mis op en doopte er kinderen. De plek was tijdens WO II ook een commandopost van de weerstand.
Het meer en de molen van Boiron
De vijver van Boiron is de grootste vijver van Gedinne.
De vijver is van groot belang voor veel vogelsoorten (visarend, witgat, grote aalscholver, diverse eenden,…), vooral ook voor migrerende vogels die hier even uitrusten en energie komen opdoen.
Je kan hier ook de bever ontdekken die de site heeft gekoloniseerd.
De vijver werd ooit gebruikt om water te leveren aan een molen die vandaag verdwenen is.
De molen is nu een hotel-restaurant geworden met visvijver. In de zomer kan je hier iets drinken aan de strandbar.
Pop-up wandeling naar Pont des Claies
11,2 km – 530 hm
Deze wandeling kan je enkel in de zomermaanden doen wanneer de Pont de Claies is geplaatst. Deze brug tussen Vresse en Laforêt brug wordt gemaakt van panelen van gevlochten hazelaarstakken die op houten pijlers worden gelegd. Deze loopbrug kan daarom enkel worden geplaatst en gebruikt bij laag water. Ze wordt dus ieder jaar in de zomer geplaatst en nadien terug afgebroken.
De wandeling start in Membre aan de oevers van de Semois. Je kan hier gemakkelijk parkeren bij het café “Le Tourbillon”, waar je bij aankomst een verdiende verfrissing kan nuttigen. Verdiend inderdaad, want deze prachtige wandeling bevat een aantal pittige beklimmingen en avontuurlijke afdalingen. Vanaf de parking klimt het al meteen stevig naar het kerkje van Membre en voort naar het vakantiedomein “Les Hochets”. Daar moet je even zoeken om het wandelpad te vinden dat zich geleidelijk aan omhoog slingert naar het gehucht “Le Terne” op een plateau boven de Semois. De route volgt even de weg om nadien opnieuw het bos in te duiken voor een mooie afdaling naar Vresse. In Vresse steek je het pittoreske brugje Pont Saint-Lambert over om vervolgens links af te slaan en aan een stevige klim te beginnen tot bovenop een kam die eenvoudigweg “Les Crêtes” heet. De wandeling loopt nu een tijdje over dit grillig rotspad waarbij je regelmatig getrakteerd wordt op prachtige panorama’s. Na +/- 1 km daalt de weg abrupt en steil af naar de Semois waar je de tijdelijke Pont de Claies oversteekt richting Laforêt. (TIP: Indien je de stevige klim niet ziet zitten, kan je in Vresse gewoon de oever van de Semois volgen tot aan de Pont des Claeis en de wandeling vandaar verder vervolgen). De route loopt nu door het schilderachtige dorpje Laforêt. Op het einde van het dorp, sla je rechtsaf en begin je aan een klim naar de uitkijktoren in het bos van Membre die een prachtig panoramisch uitzicht biedt op de vallei van de Semois. Na nog een avontuurlijke afdaling bereik je tenslotte terug het startpunt van de wandeling in Membre.
Pont des Claies
In het dorpje Laforêt wordt elke zomer een bruggetje van houtvlechtwerk (claies) over de Semois gelegd. De “claies” zijn panelen van gevlochten hazelaars die op stammen worden geplaatst die de rivier overspannen. Zo kan je te voet van de ene oever naar de andere gaan.
Dit is een erfstuk van de tabaktelers die zo, zonder een omweg te moeten maken, naar de vruchtbare kweekgrond langs de rivier trokken.
Het brugje wordt elke zomer geïnstalleerd en ontmanteld in de herfst.
Pont Saint-Lambert
In Vresse-sur-semois vind je een van de meest schilderachtige hoekjes van de Semoisvallei, het oude stenen brugje Pont Saint-Lambert.
Dit stenen brugje dat naar Sint Lambert wordt genoemd, overspant niet de Semois, maar wel een zijriviertje ervan, de Ruisseau de Petit-Fays, ook wel Le Ruau-moulin genoemd.
Hoewel het brugje er oud uitziet, dateert het pas uit 1774, toen de kerkfabriek van Vresse de opdracht gaf om een eerdere (verwoeste) brug herop te bouwen.
Het brugje is bijzonder smal en dat heeft volgens een lokale legende een reden: toen Sint-Lambert pastoor was in Vresse verloor hij heel wat van zijn parochianen aan de populaire Sint-Agatha die in het naburige dorp Laforêt woonde. Hij verbood daarom Sint-Agatha de toegang tot zijn parochie, en om zijn verbod kracht bij te zetten bouwde hij een brugje dat te smal was voor haar koets, maar wel nog breed genoeg voor zijn paard.
De brug en onmiddellijke omgeving werden geklasseerd in 1963.
Membre, Vresse en Laforêt
Membre is een heel rustig dorpje aan de samenvloeiing van de Membrette en de Semois, en wordt aan beide zijden bewaakt door ooit indrukwekkende monolieten: de Roche à Saloru en de Roche aux Chevesnes, beide nu gedeeltelijk afgevlakt door de wegen van Charleville en Bohan.
Vresse-sur-Semois, is een gezellig, meer toeristisch dorp. Vanwege de beekjes die langs de steile hellingen naar beneden kletteren, wordt het ook wel eens het kleine Zwitserland van Namen genoemd.
Laforêt ligt op de linkeroever van de Semois. Een charmant dorpje en benoemd tot één van de mooiste dorpjes van Wallonië. Het is er in geslaagd het typische karakter van de Ardeense dorpen van weleer te bewaren. Het dorp kende welvaart door de tabaksteelt op de sliboevers van de Semois. De Pont des Claeis en enkele droogschuren in het centrum van het dorp getuigen nog van dit verleden.
Natte voeten en hoofd in de wolken
12,5 km – 234 hm
De wandeling start in het mooie dorpje Willerzie, gelegen vlakbij de Franse grens. Via een kort stukje baan en door het bos klimt de route naar “la ferme Jacob”. Onderweg passeer je op een hoogte van 420 m. het herdenkingsmonument voor vader en zoon Bruck, boswachters en verzetshelden van WO II. Zij hielpen ontsnapte krijgsgevangenen en geallieerde piloten wiens vliegtuigen waren neergehaald om de grens met Frankrijk over te steken. De hele streek en vooral de door de bossen afgeschermde boerderij Jacob en het Franse dorpje Les Vieux-Moulins-de-Thilay, dat je na de passage door het veen passeert, waren belangrijke verzetshaarden.
Vlakbij de boerderij Jacob vind je op het hoogste punt van de provincie Namen de Tour du Millénaire, een uitkijktoren van 45 meter hoog. Het loont absoluut de moeite om de toren eens te beklimmen om te genieten van het adembenemend panoram over de valleien van de Semois, de Maas en de Houille. De wandeling loopt vervolgens door “La Fagne de l’Abîme”. Via vlonderpaden loop je hier over het turfveenplateau met een prachtige fauna en flora. Na het veen loopt de wandeling tenslotte een stukje over rustige baan om na een kleine 2 kilometer opnieuw het bos in te duiken, waar je opnieuw getrakteerd wordt op absolute stilte en schitterende zichten.
La Croix Scaille
La Croix-Scaille is een plateau van het Ardense massief en ligt op 505 meter hoogte. Het is het hoogste punt van de provincie Namen en het 5e hoogste punt van België. Van hieruit vetrekken talloze wandelingen en MTB-routes. In de winter is het mogelijk om er te langlaufen.
Het plateau ontleent zijn naam aan een “croix d’excaille”. Dit was een kruis van leisteen dat vier eeuwen geleden aan de kruising van twee wegen geplaatst werd. Vandaag kan je dit kruis nog bewonderen op de gevel van de Ferme Jacob.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de bosrijke omgeving van Croix Scaille een broeinest van maquisverzet in de Ardennen.
Op het plateau vind je ook de spectaculaire uitzichttoren “La Tour du Millénaire” en het prachtige veen “La Fagne de l’Abîme”.
La Fagne de l'Abîme
Het schitterende natuurreservaat La Fange de l’Abîme ligt in het massief van La Croix-Scaille. Het gebied van 8 Ha wordt gekenmerkt door een rijke flora en fauna die typerend is voor veenachtige en zure gronden.
Het veen is één van de laatste overblijfselen van de uitgestrekte moerassige en veenachtige strook met een open landschap dat zich een eeuw geleden nog uitstrekte langs de grens tussen de boerderij Jacob en de plaats van het natuurreservaat.
Tour du Millénaire
Op het plateau van La Croix-Scaille, vind je ook de Tour du Millénaire. Deze 60 meter hoge uitkijktoren in de vorm van een zandloper staat op het hoogste punt van de provincie Namen (505 meter). De toren heeft drie verschillende etages, op 15, 30 en 45 meter.
Het spreekt voor zich dat het uitzicht vanaf de top gigantisch mooi is. Aan de hand van oriëntatietafels kan je de streek gemakkelijk verkennen.
De toren is het hele jaar door geopend, behalve tijdens de jachtperiodes in dit gebied, in geval van slecht weer of als de toegangsweg gereserveerd is voor langlaufen. De toegang is gratis. Aan de voet van de toren staat een toeristische chalet, waar je tijdens het hoogseizoen extra informatie kan verkrijgen, en ook ijsjes en versnaperingen.
Weißer Stein – wild spotten in het Eifelgebied
22, 5 km -390 hm
Deze wandeling vertrekt in Buchholz, een gehucht in de deelgemeente Manderfeld. De tocht loopt bijna volledig door het natuurpark Hoge Venen Eifel. Een prachtig natuurgebied waar je heel wat kans hebt om herten, everzwijnen, vossen, dassen en ander wild te spotten. De route steekt al snel de grens met Duitsland over en je botst hier ook meteen al op een stukje oorlogsgeschiedenis wanneer je restanten van de Westwall passeert. Hierna volgt de weg een tijdje het riviertje de Kyll om vervolgens via een pittige klimmetje de top van de Weißer Stein berg te bereiken. Vervolgens steekt de route opnieuw de Belgische grens over en gaat het via een stukje van GR56 richting Hünningen en Honsfeld om zo terug te keren naar Buchholz.
De westwall in Losheimergraben
Net na het centrum van Losheimergraben, zie je nog restanten van de Westwall. Dit zijn grote betonnen blokken midden in het bos. Deze “Westelijke Vestiging” werd gebouwd in opdracht van Hitler en vormden een spermuur voor tanks. Omwille van hun vorm noemt men ze ook drakentanden. De blokken bestaan uit gewapend beton en zijn ook onderling met beton verbonden. Met deze bultenrijen werden ook nog eens meer dan 18.000 bunkers, tunnels en loopgraven gebouwd. Samen vormde dit een verdedigingssysteem van 630 km lang.
Weißer Stein (city)
De berg Weißer Stein ligt enerzijds op Duits grondgebied en anderzijds op Belgisch grondgebied.
De Witte Steen zelf, enkel bereikbaar via een planken pad, ligt in het woud van Mürringen en is het tweede hoogste punt van België op 693,3 m. Amateur-historici beweren dat de Germanen op deze steen offers brachten voor hun goden. Amateur-geologen zeggen dat deze steen uniek is in Europa.
Op het Duitse grondgebied is de Weißer Stein vooral gekend als wintersportgebied (Weißer Stein City) met een 550 m. lange afdaling met ankerlift, langlaufloipes, een 350 m. lange rodelbaan en een uitkijktoren.
Hoge Venen Eifel
Hoge Venen Eifel is een grensoverschrijdend gebied dat niet alleen in de Duitse Eifel ligt maar ook voor een deel in België, het natuurpark Hoge Venen. Een groot gedeelte is beschermd natuurgebied. De natuur is er bijzonder en zeer gevarieerd. Er komen zeldzame plant- en diersoorten voor. De Hoge Venen is circa 7500 jaar geleden ontstaan aan het einde van de laatste ijstijd.








Manderfeld – geschiedenis in het grensgebied
22,5 km – 350 hm
Deze wandeling met prachtige panorama uitzichten dompelt je onder in de bewogen geschiedenis van dit grensgebied met Duitsland: van raadselachtige sporen van de Romeinen tot de slagvelden van de Tweede Wereldoorlog.
Via Lanzerath waar je meteen herinnerd wordt aan de hevige gevechten die hier plaatsvonden tijdens WO, loopt de route naar Merlscheid en Manderfeld.
Na Manderfeld volgt de route een werkelijk schitterend stukje van de GR56. Misschien lag het aan de sneeuw of de absolute stilte, maar voor ons was het één van de mooiste stukjes die we al gewandeld hadden. Bij het oversteken van het bruggetje over de Furt en Frankenbach, verlaat de tocht de GR 56 en klimt de weg omhoog naar Holzheim. Onderweg is het volop genieten van prachtige panorama’s. Vergeet af en toe zeker eens niet achterom te kijken.
Bij Holzheim passeert de route een met beuk begroeide aarden wal wat een overblijfsel zou zijn van een Romeins legerkamp.
Tussen Holzheim en Honsfeld nog meer prachtige vergezichten. Bij het wandelknooppunt 84 vind je een panoramabord en heb je een fantastisch uitzicht tot ver in de Duitse Eifel en het dorp Heinerscheid in Luxemburg, op 34 km afstand. Bij dit bord staat de bewogen geschiedenis van het grensgebied centraal.
Na Honsfeld gaat het terug naar Buchholz. Wie wil kan de route hier een stukje inkorten en eenvoudig via de Vehnbahn terug naar het startpunt keren.







Lanzerath
Lanzerath is een klein dorpje in in de prachtige, landelijke streek van de Duitstalige gemeeente Büllingen. Het was tijdens WO II een belangrijk slagveld in het Ardennenoffensief. Een monumenten herdenkt de moedige soldaten die hier vochten.
Manderfeld
Manderfeld is een klein dorpje, en het meest oostelijke dorpje van België op enkele kilometers van de Duitse grens.
De streek ronde Manderfeld wordt het “Treeschland” genoemd. Deze benaming verwijst naar de historische aansluiting van het dorp en de omliggende gehuchten met het keurvorstendom Trier. Deze verbondenheid blijkt ook uit het gebruik van de bontzandsteen die aan de Moezel zeer populair is. De rode kleur van deze steen is duidelijk te onderscheiden van de blauwe leisteen die gebruikt werd voor de gebouwen in de andere gebieden van de Oostkantons.
Tot aan het einde van de Eerste Wereldoorlog behoorde het toe aan Duitsland, maar ten gevolge van het Verdrag van Versailles kwam het toe aan België.
Holzheim
Holzheim is een klein dorpje met een lange geschiedenis. Vermoedelijk bestond de nederzetting al in de tijd van de Romeinen. Dat blijkt althans uit de Romeinse wal, die zich buiten het dorp in de richting van Büllingen bevindt. De met beuk begroeide aarden wal zou een overblijfsel van een Romeins legerkamp zijn. Op een vlakte, rechts naast de wal, zouden zich ruïnes van voormalige versterkingswerken bevinden.
Het dorpje zou zijn naam te danken hebben aan de naam van een adellijke familie die hier rond 1387 een kasteel zouden hebben.
Klik op de afbeelding om het gpx-bestand te openen.























































